Hof van Cassatie: Arrest van 14 April 1992 (België). RG 5186
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-19920414-5
- Numéro de rôle :
- 5186
Résumé :
Een rijkswachter oefent zijn bediening uit telkens als hij een tot zijn bevoegdheid behorende daad stelt.
Arrêt :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 15 november 1990 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Over het tweede middel: schending van de artikelen 97 van de Grondwet en 276 van het Strafwetboek, en luidende als volgt : Verbalisant Marc Monette was, enerzijds, niet in dienst en bestuurde zijn persoonlijk voertuig; aangezien in casu deze verbalisant op het ogenblik van de gebeurtenissen dan ook dient beschouwd te worden als om het even welke gewone private burger; deze verbalisant op dat ogenblik en tijdens de gebeurtenissen enkel kan beschouwd worden als betrokken partij en zeker niet als in de uitoefening van zijn bediening of ter gelegenheid van de uitoefening daarvan; het arrest dan ook ten onrechte toepassing doet van artikel 276 van het Strafwetboek; het arrest bovendien ten onrechte motiveert als zou getuige Christian Cuypers hebben kunnen bemerken dat de verbalisant een rijkswachter in uniform was; deze getuige dit nooit verklaard heeft, doch enkel verklaard dat hij meende te kunnen zien dat het zich om een rijkswachter handelde, hetgeen iets heel anders is :
Overwegende dat de getuige, Christiaan Cuypers verklaarde "naar het uniform te zien dacht ik dat de bestuurder van de blauwe Sierra (verbalisant) een rijkswachter was"; dat de appelrechters door op grond van die verklaring te oordelen dat eiser, die bij herhaling naast het voertuig van verbalisant reed, volstrekt ongeloofwaardig is in zijn bewering de dienstkledij van verbalisant niet opgemerkt te hebben, van de verklaring van de getuige Cuypers geen interpretatie geven die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is;
Overwegende dat een rijkswachter zijn bediening uitoefent telkens hij een tot zijn bevoegdheid behorende daad stelt;
Overwegende dat de appelrechters vaststellen "dat verbalisant als wachtmeester bij de rijkswacht ook buiten de diensturen in zijn brigade bevoegd was de door (eiser) begane opeenvolgende inbreuken op het reglement op de politie van het wegverkeer vast te stellen en aldus ook naar aanleiding van zijn dienst gesmaad werd";
Dat zij door hun motivering hun beslissing regelmatig met redenen omkleden en naar recht verantwoorden;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten.
Over het tweede middel: schending van de artikelen 97 van de Grondwet en 276 van het Strafwetboek, en luidende als volgt : Verbalisant Marc Monette was, enerzijds, niet in dienst en bestuurde zijn persoonlijk voertuig; aangezien in casu deze verbalisant op het ogenblik van de gebeurtenissen dan ook dient beschouwd te worden als om het even welke gewone private burger; deze verbalisant op dat ogenblik en tijdens de gebeurtenissen enkel kan beschouwd worden als betrokken partij en zeker niet als in de uitoefening van zijn bediening of ter gelegenheid van de uitoefening daarvan; het arrest dan ook ten onrechte toepassing doet van artikel 276 van het Strafwetboek; het arrest bovendien ten onrechte motiveert als zou getuige Christian Cuypers hebben kunnen bemerken dat de verbalisant een rijkswachter in uniform was; deze getuige dit nooit verklaard heeft, doch enkel verklaard dat hij meende te kunnen zien dat het zich om een rijkswachter handelde, hetgeen iets heel anders is :
Overwegende dat de getuige, Christiaan Cuypers verklaarde "naar het uniform te zien dacht ik dat de bestuurder van de blauwe Sierra (verbalisant) een rijkswachter was"; dat de appelrechters door op grond van die verklaring te oordelen dat eiser, die bij herhaling naast het voertuig van verbalisant reed, volstrekt ongeloofwaardig is in zijn bewering de dienstkledij van verbalisant niet opgemerkt te hebben, van de verklaring van de getuige Cuypers geen interpretatie geven die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is;
Overwegende dat een rijkswachter zijn bediening uitoefent telkens hij een tot zijn bevoegdheid behorende daad stelt;
Overwegende dat de appelrechters vaststellen "dat verbalisant als wachtmeester bij de rijkswacht ook buiten de diensturen in zijn brigade bevoegd was de door (eiser) begane opeenvolgende inbreuken op het reglement op de politie van het wegverkeer vast te stellen en aldus ook naar aanleiding van zijn dienst gesmaad werd";
Dat zij door hun motivering hun beslissing regelmatig met redenen omkleden en naar recht verantwoorden;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten.