Nous sommes très heureux de voir que vous aimez notre plateforme ! En même temps, vous avez atteint la limite d'utilisation... Inscrivez-vous maintenant pour continuer.
We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.

Hof van Cassatie: Arrest van 24 Oktober 2017 (België). RG P.16.1330.N

Date :
24-10-2017
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20171024-4
Numéro de rôle :
P.16.1330.N

Résumé :

Samenvatting 1

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Nr. P.16.1330.N

E J B,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Lauren Snijkers, advocaat bij de balie Limburg.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 30 november 2016.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvorde-ring: het bestreden vonnis oordeelt onwettig dat het hoger beroep van het open-baar ministerie ontvankelijk werd ingesteld, omdat het ook beslist dat het open-baar ministerie dient vervallen te worden verklaard van haar hoger beroep; dit ho-ger beroep is aldus immers niet ontvankelijk krachtens artikel 204 Wetboek van Strafvordering.

2. Wanneer het hoger beroep bij afwezigheid van een geldig verzoekschrift met grieven vervalt, heeft het geen uitwerking meer en kan het niet leiden tot een voor de partij die van zijn hoger beroep vervallen is, beoogde resultaat. Het feit dat dit hoger beroep toch ontvankelijk is, blijft daarop zonder incidentie.

Het onderdeel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 187, 188, 202 en 203 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van ‘de algemene rechtsbegin-selen': het bestreden vonnis legt de eiser een zwaardere straf op alhoewel het openbaar ministerie geen regelmatig beroep heeft aangetekend of omdat het open-baar ministerie niet gerechtigd was vorderingen te stellen.

4. Wanneer het hoger beroep van het openbaar ministerie vervalt en daarom geen uitwerking heeft, kan de appelrechter op het enkel hoger beroep van de be-klaagde zijn toestand niet verzwaren.

5. Het beroepen vonnis veroordeelt de eiser voor de drie telastleggingen sa-men, tot een geldboete van 400 euro, verhoogd met 50 opdeciemen en gebracht op 2400 euro, boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een rijverbod van 120 dagen, deels met uitstel van de tenuitvoerlegging van het vonnis. Het verklaart de eiser vervallen van het recht alle motorvoertuigen te besturen voor een termijn van 3 maanden en maakt het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen in een theoretisch en praktisch examen en in een medisch en psychologisch onderzoek. Het verplicht de eiser tot betaling van een-maal een bijdrage aan het Slachtofferfonds.

6. Het bestreden vonnis veroordeelt de eiser voor de telastleggingen A en C samen tot een geldboete van 400 euro verhoogd met 50 opdeciemen en gebracht op 2.400 euro, boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een rijverbod van 120 dagen, deels met uitstel van de tenuitvoerleg-ging van het vonnis. Het verklaart de eiser vervallen van het recht alle motorvoer-tuigen te besturen voor een termijn van 6 maanden, deels met uitstel van de ten-uitvoerlegging van het vonnis.

Verder veroordeelt het bestreden vonnis de eiser voor de telastlegging B tot een geldboete van 400 euro verhoogd met 50 opdeciemen en gebracht op 2.400 euro, boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een rijverbod van 120 dagen, deels met uitstel van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verklaart de eiser vervallen van het recht alle motorvoertuigen te besturen voor een termijn van 3 maanden, eveneens deels met uitstel van de tenuitvoerlegging van het vonnis.

Het bestreden vonnis maakt ten slotte het herstel van het recht tot sturen afhanke-lijk van het slagen in een theoretisch en praktisch examen en in een medisch en psychologisch onderzoek. Het verplicht tevens de eiser tot tweemaal een bijdrage aan het Slachtofferfonds.

7. Door voor de telastleggingen A en C dezelfde straffen op te leggen als deze die de eerste rechter voor de drie telastleggingen samen heeft opgelegd en, daar-enboven, voor de telastlegging B aparte straffen op te leggen, legt het bestreden vonnis aan de eiser een zwaardere bestraffing op als deze opgelegd door het be-roepen vonnis. Aldus is de beslissing over de straf niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Omvang van de cassatie

8. De vernietiging van de voor de telastleggingen A en C, eensdeels, en B, an-derdeels, opgelegde bestraffingen, leidt tot de vernietiging van de voor die telast-leggingen vastgestelde eenheid van opzet en de toestanden van herhaling, maar laat de schuldigverklaring onverlet.

Overige grieven

9. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie noch tot cassatie zonder verwijzing en behoeven bijgevolg geen antwoord.

Ambtshalve onderzoek voor het overige

10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre het de eiser schuldig verklaart.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten en laat de beslissing over de overi-ge helft over aan de verwijzingsrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Antwerpen, zete-lend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 184,69 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 24 oktober 2017 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen E. Francis A. Lievens

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei