Administratieve schikking betreffende de modaliteiten van toepassing van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen België en Griekenland.

Date :
27-10-1959
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
14 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 1959102751

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Titel 1. Toepassing van artikelen 3 en 4 van het verdrag - Toestand van de werknemers die tijdelijk van het ene naar het andere land worden verplaatst.

Artikel 1 Wanneer de werknemers of de ermede gelijkgestelden in een ander land dan dat van hun gewone verblijfplaats worden tewerkgesteld door een onderneming, die in het land van deze verblijfplaats een inrichting heeft waarvan betrokkenen normaal afhangen en indien de in het land van hun gewone tewerkstelling vigerende wetgeving, krachtens artikel 3, § 2a, van het Verdrag op hen toepasselijk blijft, zijn de volgende bepalingen van toepassing :
  1° de werkgever en de betrokken werknemers regelen rechtstreeks elk vraagstuk betreffende hun bijdragen en prestaties inzake sociale zekerheid met de door het Grieks Ministerie van Arbeid aangestelde instelling, wanneer het land van de gewone tewerkstelling Griekenland is, en met de Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid, wanneer dat land België is;
  2° de bevoegde instellingen van het land van de gewone tewerkstelling geven aan elke betrokkene een getuigschrift, waarvan het model in gemeen overleg werd opgemaakt, en waarbij bevestigd wordt dat het sociale-zekerheidsstelsel van dit land op hem toepasselijk blijft. Dat getuigschrift moet, in voorkomend geval, door de aangestelde van de werkgever in het andere land, zo de werknemer zulk een aangestelde heeft, zoniet door de werknemer zelf voorgelegd worden.
  Wanneer een aantal werknemers het land van gewone tewerkstelling terzelfder tijd verlaten om tezamen in een ander land te gaan arbeiden, en tegelijkertijd naar het eerstgenoemd land terugkeren, kan één enkel getuigschrift voor alle werknemers gelden;
  3° onder de tewerkstelling van werknemers of van er mede gelijkgestelden, zoals bepaald in artikel 3, § 2a, van het Verdrag, moet de vermoedelijke duur van de tewerkstelling van alle werknemers verstaan worden;
  4° wanneer de werknemers alleen gedurende een bepaald seizoen zouden tewerkgesteld worden, neemt dit feit niet weg dat de in 1°, 2° en 3° hierboven vastgestelde regelen van toepassing blijven.

  Toestand van de werknemers of ermede gelijkgestelden van een der beide landen, die in diplomatieke of consulaire posten van het ene land, in het andere land tewerkgesteld zijn.

Artikel 2 De werknemer of er mede gelijkgestelde, die een onderdaan is van het land dat door een diplomatieke of consulaire post bij het andere land is vertegenwoordigd, en die wenst dat de wetgeving van het land van de nieuwe tewerkstelling, krachtens de bepalingen van artikel 4, 2° van het Verdrag, op hem toepasselijk wordt moet binnen de zes maand, vanaf de datum waarop de werknemer in de diplomatieke of consulaire post wordt tewerkgesteld, een aanvraag doen die op de dag waarop de toestemming werd verleend, in werking treedt :
  In België : Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid.
  In Griekenland : aan het Ministerie van Arbeid.
  De hoogste administratieve overheden van het land dat door een diplomatieke of consulaire post is vertegenwoordigd, vermelden hun goedkeuring op het door de werknemer ingediend verzoekschrift.
  De hoogste administratieve overheden van het land, onder de wetgeving waarvan de werknemer wenst te vallen, moeten binnen een termijn van één maand, hun goedkeuring of hun afwijzing aan de werknemer betekenen. In geval van afwijzing is de wetgeving van het land, dat door een diplomatieke of consulaire post vertegenwoordigd wordt, op de werknemer toepasselijk.
  Voor de werknemers, die in een diplomatieke of consulaire post van een der verdragsluitende landen in het andere land, op de datum van de inwerkingtreding van deze schikking tewerkgesteld zijn, gaat de termijn van zes maand vanaf die datum in, en de verzekeringsplicht in het gekozen land loopt vanaf de dag waarop de goedkeuring werd verleend.

Titel 2. Gemene bepalingen voor verschillende risico's

Artikel 3 Voor het ingaan van het recht op de prestaties, worden de onder elke regeling volbrachte verzekeringsperioden en de krachtens genoemde regelingen als met verzekeringsperioden gelijkwaardig erkende perioden overeenkomstig de volgende regelen, samengesteld :
  1° bij de verzekeringsperioden en de krachtens de wetgeving van een der landen als gelijkwaardig erkende perioden, worden de volbrachte perioden of overeenkomstig de wetgeving van het andere land, als gelijkwaardig erkende perioden gevoegd, voor zover deze in aanmerking moeten genomen worden om de verzekeringsperioden of de als gelijkwaardig erkende periode van het eerste land aan te vullen, zonder dat deze evenwel tweemaal worden aangerekend;
  2° wanneer een werknemer prestaties ten laste van de instellingen van beide landen geniet, wordt de in de voorgaande paragraaf vast te stellen regel in elk land afzonderlijk toegepast.

Artikel 4 De perioden die als gelijkwaardig met verzekeringsperioden moeten gerekend worden, zijn in elk land, die perioden welke bij de wetgeving van dat land als zodanig worden beschouwd.
  Elke periode, die als gelijkwaardig met een verzekeringsperiode krachtens én de Griekse én de Belgische wetgeving erkend is, wordt voor de uitkering van de prestaties door de instellingen van het land waar de betrokkene het laatst vóór bedoelde periode verzekerd was, in aanmerking genomen.
  Wanneer de betrokkene niet vóór genoemde periode verzekerd was, wordt deze door de instellingen van het land waar hij voor het eerst gewerkt heeft, in aanmerking genomen.
  (Wanneer een verzekeringsperiode overeenkomstig de wetgeving van een land samenvalt met een periode, die in het andere land krachtens de wetgeving van dit laatste land wordt gelijkgesteld, wordt alleen de verzekeringsperiode van het eerste land in aanmerking genomen.
  Wanneer verzekeringsperioden of gelijkgestelde perioden volbracht krachtens de wetgeving van een land uitgedrukt worden in eenheden die verschillen met deze die in de wetgeving van het andere land worden gebruikt, geschiedt de voor de samenstelling noodzakelijke omrekening overeenkomstig volgende regelen :
  a) zes dagen zijn gelijk aan een week en omgekeerd;
  b) vijfentwintig dagen zijn gelijk aan een maand en omgekeerd;
  c) drie maanden of dertien weken of vijfenzeventig dagen zijn gelijk aan een kwartaal en omgekeerd;
  d) voor de omrekening van weken in maanden en omgekeerd worden de weken en maanden in dagen omgezet;
  e) de toepassing van de in voorgaande leden a), b), c) en d) beoogde regelen kan niet tot gevolg hebben, dat voor de gezamenlijke in de loop van een kalenderjaar volbrachte perioden, een totale periode van meer dan driehonderd dagen of tweeënvijftig weken of twaalf maanden of vier kwartalen in aanmerking wordt genomen;
  f) indien overeenkomstig de wetgeving van een land, sommige verzekeringsperioden of gelijkgestelde perioden slechts in aanmerking kunnen worden genomen op voorwaarde dat zij in de loop van een bepaalde termijn volbracht worden, geldt deze voorwaarde eveneens voor diezelfde perioden volbracht krachtens de wetgeving van het andere land.) <V 1965-05-12/30>

Artikel 4BIS <V 1965-05-12/30> In afwijking van artikel 4, laatste lid, geschiedt de voor de samenstelling van de verzekeringsperioden of gelijkgestelde perioden noodzakelijke omrekening, wanneer het de bijzondere regeling inzake invaliditeit of rustpensioen voor mijnwerkers betreft, overeenkomstig volgende regelen :
  a) ingaan van het recht :
  de in de mijnen in Griekenland en in België volbrachte verzekeringsperioden en gelijkgestelde perioden worden samengeteld na omrekening in dagen, van de gepresteerde jaren en maanden aangegeven op de staten opgemaakt door de bevoegde instellingen van elk van beide landen, met dien verstande dat één jaar gelijk is aan 216 dagen en een maand gelijk is aan 18 dagen;
  b) vaststelling voor orde :
  tot vaststelling van het bedrag van de prestatie die zou toegekend worden indien de gezamenlijke perioden in België volbracht zijn, dient het sub a) voormeld bekomen totaal aantal dagen in jaren omgerekend te worden door dat getal te delen door 216 en de eventuele rest door 18 zodat dit laatste quotiënt neerkomt op het aantal maanden minder dan een jaar;
  c) vaststelling van het pensioenaandeel :
  het pensioenaandeel ten laste van elk van de beide landen wordt in de vorm van een breuk vastgesteld, door middel van dezelfde elementen als deze die gebruikt werden voor de samentelling met het oog op het ingaan van het recht bepaald in a) hierboven; als noemer geldt het totaal aantal arbeidsdagen gepresteerd in de mijninrichtingen van beide landen terwijl, voor elk van beide landen, als teller geldt het aantal arbeidsdagen gepresteerd in de mijnen gelegen op zijn grondgebied.

Artikel 5 Wanneer het pensioen of een gedeelte van het pensioen overeenkomstig de wetgeving van een van beide landen, naar het loon of de gestorte bijdragen berekend wordt, zal dit pensioen of dat gedeelte van het pensioen op het in dit land alleen ontvangen loon of op de gestorte bijdrage vastgesteld worden. (Wanneer het bedrag van de uitkeringen overeenkomstig de wetgeving van één van beide landen verandert naargelang er gezinsleden zijn of naar gelang van hun aantal, neemt de bevoegde instelling, voor de berekening van deze uitkeringen, tevens de gezinsleden in aanmerking die wonen op het grondgebied van het ander land dan dat waar beoogde instelling gevestigd is.) <V 1965-05-12/30>

Artikel 6 Wanneer een werknemer of ermede gelijkgestelde, die zich van het ene naar het andere land begeeft, zijn recht op het voordeel van het Verdrag moet doen gelden om andere prestaties dan de ouderdomsverzekering te genieten, geeft de instelling van het land van zijn nieuwe tewerkstelling, waar de prestaties gevraagd worden, de nodige prestaties op grondslag van zijn lidboekje dat door de bevoegde instelling wordt uitgereikt. In dit lidboekje moeten de inlichtingen omtrent de immatriculatieperioden van de werknemers alsook andere nodige inlichtingen, ten einde prestaties te genieten opgetekend worden.
  Ingeval de werknemer geen boekje bezit of zo niet alle nodige inlichtingen in het boekje opgetekend zijn, moet de instelling van het land van de nieuwe tewerkstelling of verblijfplaats, waar de prestaties gevraagd worden, zich tot de bevoegde centrale instelling van het andere land wenden om de nodige inlichtingen in te winnen. Te dien einde gebruikt de instelling een document waarvan het model, in gemeen overleg, door de administratieve overheden van beide landen wordt opgemaakt, en waarop de instelling zelf de gekende gegevens aanbrengt en het naar de bevoegde instelling van het andere land zendt om de gevraagde inlichtingen te verkrijgen.
  De respectieve centrale instellingen van beide landen zijn :
  In Griekenland : het Instituut voor sociale verzekeringen;
  In België : (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering), te Brussel. <V 1965-05-12/30>

Titel 3. BIJZONDERE BEPALINGEN

Hoofdstuk 1. (Ziekte en invaliditeitsverzekering Gezinsleden). <V 1965-05-12/30>

Artikel 7 <V 1965-05-12/30> a) Om gerechtigd te zijn op de verstrekkingen in dewelke de Griekse wetgeving voorziet, dienen de in Griekenland wonende gezinsleden van de in artikel 1 van het Verdrag beoogde arbeiders zich bij de instelling van hun woonplaats te laten inschrijven en volgende bewijsstukken over te leggen :
  i) een door de bevoegde Belgische instelling uitgereikte verklaring als bevestiging van de aanspraak op verstrekkingen van de arbeider;
  ii) andere bewijsstukken dan deze betreffende het ingaan van de rechten, die ingevolge de wetgeving van het land van de woonplaats normaal vereist zijn voor de toekenning van de verstrekkingen aan de gezinsleden;
  b) de in litt. a), i), hierboven beoogde eerste verklaring wordt in vier exemplaren opgemaakt door de Belgische verzekeringsinstelling, bij dewelke de arbeider is aangesloten of ingeschreven.
  Een exemplaar wordt de arbeider ter hand gesteld; twee exemplaren worden aan het Instituut voor Sociale Verzekeringen in Griekenland (I.K.A.) toegestuurd; het laatste exemplaar wordt door de Belgische verzekeringsinstelling bewaard.
  De eerste verklaring is geldig met ingang van de er op vermelde datum, tot op het einde van de tweede maand van het kalenderkwartaal na dat waarin zij werd opgemaakt.
  De vernieuwing van deze verklaring geschiedt overeenkomstig dezelfde modaliteiten, op het ogenblik dat de bijdragebon aan zijn Belgische verzekeringsinstelling wordt overgemaakt. Die vernieuwing is geldig tot op het einde van de tweede maand van het kwartaal na dat waarin zij werd opgemaakt.
  De Belgische verzekeringsinstelling kan echter op om het even welk ogenblik een verklaring ongeldig verklaren. In dat geval houdt het recht op van de tiende dag af na de verzending van de betekening aan de I.K.A., met dien verstande dat de poststempel rechtsgeldig is.
  c) de arbeiders of de leden van zijn gezin dienen de instelling van de woonplaats van laatstgenoemden in kennis te stellen van elke wijziging in hun toestand, waardoor het recht van de gezinsleden op verstrekkingen kan gewijzigd worden, onder meer, elke werkverlating of verandering van betrekking van de arbeider of elke verandering van woon- of verblijfplaats van laatstgenoemde of van een lid van zijn gezin, of wanneer het gezinslid dat een arbeid verricht, waardoor het krachtens de Griekse wetgeving in de regeling voor ziekte- en moederschapsverzekering verzekeringsplichtig wordt, rechtstreeks op de verstrekkingen van deze wetgeving aanspraak heeft. In dat geval stelt de Griekse instelling het Rijksinstituut voor ziekteverzekering onmiddellijk daarvan in kennis.
  d) de instelling van een land kan de instelling van het ander land te allen tijde verzoeken haar inlichtingen te verstrekken over de aansluiting of de rechten op prestaties van de arbeider of over de toestand van een lid van het gezin.

Hoofdstuk 2. Verzekering tegen invaliditeit

Artikel 8 § 1. Indien de betrokkene bij toepassing van artikel 8, § 3, van het Verdrag, aanspraak maakt op invaliditeitsuitkeringen ten laste van de bevoegde instelling van het land waar hij vroeger verzekeringsplichtig was, geniet hij alleen die uitkeringen :
  1° nadat hij geen recht meer heeft op ziekengeld, overeenkomstig de wetgeving van het land waar de ziekte werd vastgesteld;
  2° indien, in de zin van artikel 7 van het Verdrag, hij in het land van de nieuwe tewerkstelling, binnen een termijn van één maand vanaf het einde van de tewerkstelling in het land van de vroegere tewerkstelling, in dienst wordt genomen, rekening houdende met de verzekeringsperioden.
  § 2. Het Instituut voor sociale verzekeringen, enerzijds, en het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering), anderzijds, delen elkander alle inlichtingen mede over de in § 1 van dit artikel bedoelde verzekerden; deze inlichtingen worden verstrekt in de loop van de eerste drie maand arbeidsongeschiktheid, door middel van een formulier waarvan het model, in gemeen overleg, door de Griekse en Belgische administraties is opgemaakt. <V 1965-05-12/30>

Artikel 9 De indiening van de aanvraag in een land geldt ook in het andere land. De instelling die het eerst de aanvraag ontving, geeft hiervan mededeling aan de overeenstemmende instelling van het andere land, met opgave van de datum van de indiening en van alle gegevens der aanvraag.

Artikel 10 Om de invaliditeitsgraad te schatten, houden de instellingen van elk land rekening met de medische bevindingen alsmede met de door de instellingen van het andere land ingewonnen administratieve inlichtingen.
  Die instellingen behouden zich evenwel het recht voor, de betrokkene door een geneesheer naar keuze te laten onderzoeken in het land van de verblijfplaats of in het land waar hij aangesloten is; de reis- en onderhoudskosten vallen ten laste van de instelling die de prestatie verschuldigd is.

Artikel 11 De invaliditeitsuitkeringen of de pensioenen worden door de instellingen, die de prestaties verschuldigd zijn, aan de Belgische of Griekse onderdanen, die in Griekenland of in België verblijven, door tussenkomst van de bevoegde instelling en volgens de door de hoogste overheden van de Verdragsluitende partijen vastgestelde modaliteiten uitbetaald.

Hoofdstuk 3. Administratieve en medische controle

Artikel 12 De administratieve en medische controle der in België verblijvende gerechtigden op griekse invaliditeitsuitkeringen of -pensioenen wordt door het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering) uitgeoefend. <V 1965-05-12/30>
  De administratieve en medische controle der in Griekenland verblijvende gerechtigden op Belgische invaliditeitspensioenen of -vergoedingen wordt door tussenkomst van het Instituut voor sociale verzekeringen uitgeoefend.

Artikel 13 Voor de toepassing van artikel 12 op de gerechtigden op een invaliditeitspensioen of -uitkering, doen het Instituut voor sociale verzekeringen en het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering), overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving van het land dat de prestatie verschuldigd is, het eerste door de bevoegde Invaliditeitscommissie, het tweede door de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit, overgaan tot onderzoekingen om de invaliditeitsgraad van de betrokkene te schatten met het oog op het behoud, de herziening, de schorsing of de afschaffing van het invaliditeitspensioen of van de invaliditeitsuitkering, of met het oog op de nieuwe indeling in een andere categorie. <V 1965-05-12/30>
  De beslissing die door de medische experten of door de geneeskundige raad voor de invaliditeit, naar gelang van het geval, genomen wordt, wordt onverwijld door de bevoegde instelling van het land van de verblijfplaats aan de instelling, die de prestatie verschuldigd is, en aan de betrokkene medegedeeld.
  De instelling die de prestatie verschuldigd is, heeft evenwel het recht de verzekerde door een geneesheer naar eigen keuze, hetzij in het land van de verblijfplaats, hetzij in het land waar de verzekerde aangesloten is, te laten onderzoeken. De reis- en onderhoudskosten worden gedragen door de instelling die de prestatie verschuldigd is.

Artikel 14 De administratieve en medische verificaties en inzonderheid, die betreffende de arbeid van de invaliden worden :
  In Griekenland : door het Instituut voor sociale verzekeringen,
  In België : door het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering), gedaan. <V 1965-05-12/30>
  Die verificaties omvatten inzonderheid de regelmatige huisbezoeken bij de invalide.

Artikel 15 De uitslagen van de geneeskundige onderzoekingen en van de administratieve verificaties worden, enerzijds, aan het Instituut voor sociale verzekeringen en, anderzijds, aan het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering), medegedeeld. <V 1965-05-12/30>
  De instellingen die prestaties verschuldigd zijn, moeten, na kennisneming van die uitslagen, de nodige beslissing nemen.

Artikel 16 Ingeval de gerechtigde op een Grieks invaliditeitspensioen in België het werk hervat, stuurt het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering) aan het Instituut voor sociale verzekeringen een verslag over de aard van de verrichte arbeid en het bedrag van de verdiensten van de betrokken werknemer tijdens het afgelopen kwartaal, met de vermelding van de normale bezoldiging, die een werknemer van de beroepscategorie, waartoe de verzekerde behoort, in hetzelfde gewest geniet in een beroep, dat betrokkene vóór zijn invaliditeit uitoefende, alsmede het advies van de geneeskundige raad voor invaliditeit omtrent de evolutie van de ziekte die aanleiding gaf tot de invaliditeit. <V 1965-05-12/30>

Artikel 17 Ingeval de gerechtigde op de Belgische invaliditeitsuitkering de arbeid in Griekenland hervat, stuurt het Instituut voor sociale verzekeringen aan het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering) een verslag over de aard van de verrichte arbeid en het bedrag van de verdiensten van de betrokken werknemer in de loop van het afgelopen kwartaal, met de vermelding van de normale bezoldiging, die in hetzelfde gewest verdiend wordt door een werknemer van de beroepscategorie, waartoe betrokkene behoort, in de groep van beroepen waartoe de door de betrokkene, op het tijdstip dat hij ziek werd, uitgeoefend beroepsactiviteit behoort of in de verschillende beroepen die hij heeft uitgeoefend of had kunnen uitoefenen uit hoofde van zijn beroepsvorming, alsmede het advies van de medische expert nopens de gezondheidstoestand van de betrokkene. <V 1965-05-12/30>

Artikel 18 Indien de gerechtigde op een invaliditeitsvergoeding, een invaliditeitspensioen of een invaliditeitsuitkering, ten laste van een van beide landen, een of ander algemeen pensioen in het andere land geniet, deelt dit land zulks mede aan het land dat de invaliditeitsuitkering, de invaliditeitsvergoeding of het invaliditeitspensioen verschuldigd is, met opgave van de aard van de aandoening die tot het pensioen aanleiding gaf, van het jaarbedrag van het pensioen alsmede van de benaming van de instelling die de prestatie verschuldigd is.
  Voormelde mededelingen worden onderling door het Instituut voor sociale zekerheid en door het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering), gedaan. <V 1965-05-12/30>

Artikel 19 Wanneer een verzekerde, na schorsing of afschaffing van het invaliditeitspensioen of van de invaliditeitsvergoeding, overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag, zijn recht op het invaliditeitspensioen of op de invaliditeitsvergoeding opnieuw verkrijgt, hoewel hij in het andere land dan het land dat de prestatie verschuldigd is, verblijft delen het Instituut voor sociale zekerheid en het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering) elkander alle nuttige inlichtingen mede om de uitkeringen te hervatten; die inlichtingen worden verstrekt op een formulier waarvan het model, in gemeen overleg, door de Griekse en Belgische bevoegde administraties is opgemaakt. <V 1965-05-12/30>

Artikel 20 De onkosten voor medische onderzoekingen, observaties, verplaatsingen der geneesheren en der gerechtigden, de administratieve en medische onderzoekingen evenals de voor de uitoefening van de controle noodzakelijke bestuurskosten van allerlei aard worden voor de invaliden die in Griekenland verblijven, door het Instituut voor sociale zekerheid, en voor de invaliden die in België verblijven, door het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering) gedragen. <V 1965-05-12/30>
  Deze kosten worden door de instelling, die ze uitbetaald, volgens haar tarief vastgesteld en door de instelling, die de kosten verschuldigd is, na overlegging van een omstandige nota van de gedane uitgaven terugbetaald.
  Er kunnen nochtans andere betalingsmodaliteiten worden voorzien in latere overeenkomsten, onder meer, forfaitaire terugbetalingen.
  Wanneer een invaliditeitspensioen in een land wordt toegekend op grond van de samentelling der in het ene of het andere land volbrachte verzekeringsperiode, worden de in het eerste lid bedoelde kosten gedragen door de instelling van het land waar de invaliditeit het eerst werd vastgesteld.

Hoofdstuk 4. Ouderdomsverzekering en verzekering bij overlijden (Pensioenen.)

Sectie 1. Indiening van de aanvragen

Artikel 21 De in Griekenland of in België verblijvende verzekerde die een ouderdomspensioen aanvraagt, op basis van de samentelling der verzekeringsperioden krachtens artikel 14 van het Verdrag, richt zijn aanvraag, in de vorm en binnen de termijn van de wetgeving van het land van zijn verblijfplaats, aan de instelling of aan de overheid overeenkomstig die wetgeving bevoegd.
  Bij ontstentenis van overheid of instelling die bevoegd is, worden de aanvragen gericht :
  In België : aan het Ministerie van Sociale Voorzorg;
  In Griekenland : aan het Ministerie van Arbeid.
  De verzekerde zal zoveel mogelijk, in zijn aanvraag, de ouderdomsverzekeringsinstelling(en) van de landen waar hij verzekerd was, aangeven.
  De datum waarop de aanvraag om prestaties ingediend wordt, is die welke in de wetgeving van het land van de verblijfplaats is voorzien.
  De aanvragen die bij een overheid of een instelling van het ander land zijn ingediend, worden als geldig beschouwd. In dat geval moet deze overheid of deze instelling de aanvragen aan de bevoegde instelling van het andere land onverwijld doorzenden en de datum waarop de aanvragen werden ingediend mededelen.

Artikel 22 De bepalingen van artikel 21 zijn ook toepasselijk op de in België verblijvende verzekerde, die een Grieks pensioen aanvraagt of op de in Griekenland verblijvende verzekerde, die een Belgisch pensioen aanvraagt.

Artikel 23 Voor het onderzoek van de pensioenaanvragen door samentelling van de verzekeringsperioden, gebruiken de bevoegde Griekse en Belgische instellingen een speciaal formulier, waarvan het model, in gemeen overleg, door de Griekse en Belgische administraties is vastgelegd.
  Op dit formulier worden onder meer de onontbeerlijke inlichtingen omtrent de burgerlijke staat, de staat en de samenvatting van de verzekeringsperioden en van de gelijkgestelde perioden opgetekend.
  Het doorzenden van dit formulier aan de instellingen van het andere land vervangt het overmaken van de bewijsstukken.

Sectie 2. Onderzoek van de aanvragen door de Belgische instellingen

Artikel 24 De instelling die de aanvraag in België onderzoekt, zendt het in artikel 23 bepaalde formulier, door tussenkomst van het Ministerie van Sociale Voorzorg in België, aan het Ministerie van Arbeid in Griekenland.
  De bevoegde Griekse instelling stelt de verzekeringsperioden en de er mede gelijkgestelde perioden, die overeenkomstig de Griekse wetgeving geldig zijn, vast.
  Voor de perioden die niet als geldig beschouwd worden overeenkomstig de Griekse wetgeving, houdt de bevoegde Griekse instelling rekening met de verzekeringsperioden en de er mede gelijkgestelde perioden, die overeenkomstig de Belgische wetgeving geldig zijn.
  De bevoegde Griekse instelling telt de overeenkomstig hierboven bepaalde regelen vastgestelde perioden samen en bepaalt de aard van de rechten die krachtens de Griekse wetgeving ingaan.

Artikel 25 De bevoegde Griekse instelling bepaalt voor order het bedrag van de prestatie, waarop de betrokkene recht zou hebben, indien de gezamenlijke in het laatste lid van de in voorgaand artikel bedoelde perioden uitsluitend volbracht waren onder de Griekse wetgeving en stelt het bedrag vast van de prestatie die verschuldigd is in verhouding tot de duur der verzekeringsperioden of gelijkgestelde perioden, die overeenkomstig de Griekse wetgeving geldig is.

Artikel 26 De bevoegde Griekse instelling zendt, door toedoen van het Grieks Ministerie van Arbeid, aan het Belgisch Ministerie van Sociale Voorzorg, Dienst Ouderdomspensioenen, het in artikel 23 bedoelde formulier terug, dat aangevuld werd met de vermelding van de staat van de krachtens de Griekse wetgeving geldige verzekeringsperioden of gelijkgestelde perioden, en deelt de prestatie mede, zoals bepaald overeenkomstig voorgaand artikel, alsook het bedrag van het krachtens artikel 17 van het Verdrag eventueel verschuldigd supplement, indien de gerechtigde zijn verblijfplaats in Griekenland moest vestigen.

Artikel 27 Voor de perioden, die overeenkomstig de Belgische wetgeving niet als geldig worden beschouwd, houdt de Belgische instelling rekening met de verzekeringsperioden of gelijkgestelde perioden, die overeenkomstig de Griekse wetgeving geldig zijn.
  De bevoegde instelling telt de overeenkomstig hierboven bepaalde regelen vastgestelde perioden samen en bepaalt de aard van de rechten die krachtens de Belgische wetgeving ingaan.

Artikel 28 De bevoegde Belgische instelling bepaalt voor order het bedrag van de prestatie, waarop de betrokkene recht zou hebben, indien de gezamenlijke in het laatste lid van voorgaand artikel bedoelde perioden uitsluitend volbracht waren onder de Belgische wetgeving en stelt het bedrag vast van de prestatie verschuldigd in verhouding tot het aantal verzekeringsjaren of gelijkgestelde jaren, die overeenkomstig de Belgische wetgeving geldig zijn, en stelt eveneens het bedrag vast van het supplement, dat eventueel in toepassing van artikel 17 van het Verdrag verschuldigd is.

Artikel 29 De Belgische Minister van Sociale Voorzorg deelt de aanvrager, bij aangetekend schrijven, de gezamenlijke beslissingen mede, welke door de bevoegde overheden en instellingen van beide landen werden getroffen wat betreft de in uitvoering van de bepalingen van het Verdrag berekende prestaties, alsook de rechtsmiddelen waarin elke van deze wetgevingen voorziet.
  De Belgische Minister van Sociale Voorzorg geeft kennis van de datum waarop de mededeling aan de aanvrager werd verzonden.

Sectie 3. Onderzoek van de aanvragen door de Griekse instellingen

Artikel 30 De bevoegde Griekse instelling zendt het in artikel 23 bedoeld formulier, door bemiddeling van het Griekse Ministerie van Arbeid, aan het Belgisch Ministerie van Sociale Voorzorg, Dienst Ouderdomspensioen door.
  De bevoegde Belgische instelling stelt de verzekeringsperioden en gelijkgestelde perioden vast, welke overeenkomstig de Belgische wetgeving geldig zijn.
  Voor de perioden, die overeenkomstig de Belgische wetgeving niet als geldig worden beschouwd, rekent de bevoegde Belgische Instelling voor één jaar Belgische verzekering aan, de verzekeringsperioden of gelijkgestelde perioden, die overeenkomstig de Griekse wetgeving geldig zijn en in genoemd verzekeringsjaar begrepen zijn.
  Het aantal arbeidsdagen of gelijkgestelde dagen, die in de loop van genoemd jaar in aanmerking moeten genomen worden, wordt geschat op grond van het gemiddelde aantal dezer dagen, zoals het voortvloeit uit het aantal vastgestelde gedurende de perioden welke in de Griekse wetgeving in aanmerking worden genomen.
  De bevoegde Belgische instelling telt de overeenkomstig hierboven bepaalde regelen vastgestelde perioden samen en bepaalt de aard van de rechten die krachtens de Belgische wetgeving ingaan.

Artikel 31 De bevoegde Belgische instelling bepaalt voor order het bedrag van de prestatie, waarop de betrokkene recht zou hebben, indien de gezamenlijke in het laatste lid van vorig artikel bedoelde perioden uitsluitend volbracht waren onder de Belgische wetgeving en stelt het bedrag vast van de prestatie welke verschuldigd is in verhouding tot het aantal verzekeringsjaren of gelijkgestelde jaren, die overeenkomstig de Belgische wetgeving geldig zijn.

Artikel 32 De bevoegde Belgische instelling zendt, door toedoen van het Belgisch Ministerie van Sociale Voorzorg, aan het Grieks Ministerie van Arbeid, het in artikel 23 bedoelde formulier terug, dat aangevuld werd met de vermelding van de staat der verzekeringsjaren of gelijkgestelde jaren, die krachtens de Belgische wetgeving geldig zijn, en deelt de overeenkomstig voorgaand artikel bepaalde prestaties mede alsook het bedrag van het eventueel bij toepassing van artikel 17 van het Verdrag verschuldigd supplement, indien de verzekerde zijn verblijfplaats in België moest vestigen.

Artikel 33 Voor de perioden, die overeenkomstig de Griekse wetgeving niet als geldig worden beschouwd, houdt de bevoegde Griekse instelling rekening met de verzekeringsjaren of gelijkgestelde jaren, die overeenkomstig de Belgische wetgeving geldig zijn.
  De bevoegde Griekse instelling telt de overeenkomstig hierboven bepaalde regelen vastgestelde perioden samen en bepaalt de aard van de rechten, die krachtens de Griekse wetgeving ingaan.

Artikel 34 De bevoegde Griekse instelling bepaalt voor order het bedrag van de prestatie, waarop betrokkene recht zou hebben, indien de gezamenlijke in het laatste lid van voorgaand artikel bedoelde perioden uitsluitend onder de Griekse wetgeving volbracht waren en stelt het bedrag van de prestatie vast, die in verhouding tot het aantal verzekeringsjaren of gelijkgestelde jaren, welke overeenkomstig de Griekse wetgeving geldig zijn, verschuldigd is en bepaalt eveneens het bedrag van het eventueel bij toepassing van artikel 17 van het Verdrag verschuldigd supplement.

Artikel 35 De bevoegde Griekse instelling deelt aan de aanvrager, bij aangetekend schrijven, de gezamenlijke beslissingen mede, welke door de bevoegde overheden en instellingen van beide landen, voor de in uitvoering van de bepalingen van het Verdrag berekende prestaties getroffen werden, alsook de rechtsmiddelen waarin elke dezer wetgevingen voorziet.
  De bevoegde Griekse instelling deelt, door toedoen van het Ministerie van Arbeid, aan het Ministerie van Sociale Voorzorg de datum mede, waarop de mededeling aan de aanvrager werd verzonden.

Artikel 36 In afwijking van artikelen 21, 24, 26, 29, 30, 32, en 35 is het Rijkspensioenfonds voor mijnwerkers, in België, de instelling, bevoegd om de aanvragen om de invaliditeits-, ouderdoms- en weduwepensioen de mijnwerkers en er mede gelijkgestelden te ontvangen, om de verbindingsformulieren inzake het onderzoek van deze aanvragen over te maken en te ontvangen en om de in verband met deze aanvragen gedane uitspraken bekend te maken.

Sectie 4. Uitbetaling der pensioenen

Artikel 37 De ouderdoms- en overlevingspensioenen worden op de in de respectieve wetgevingen voorziene vervaldagen, door de instellingen die ze verschuldigd zijn, aan de Belgische of Griekse onderdanen, onverschillig of zij in Griekenland of in België verblijven, uitbetaald door toedoen van de bevoegde instelling en overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de hoogste overheden van de Verdragsluitende partijen.

Artikel 38 De kosten in verband met de uitbetaling der pensioenen, de bank- en wisselkantoorkosten of overige kosten kunnen van de gerechtigden teruggevorderd worden door de instellingen belast met de uitbetaling, onder de voorwaarden vastgesteld door de administratieve overheid waaronder deze instellingen ressorteren.

Artikel 39 § 1. De bevoegde diensten van de Griekse sociale zekerheidsinstellingen zijn belast er voor te waken dat de gerechtigden, die krachtens een van de Belgische wetgevingen of reglementeringen, een ouderdoms- of overlevingspensioen geheel of gedeeltelijk hebben ontvangen en in Griekenland verblijven, de verbintenis in acht nemen, elke beroepsbedrijvigheid binnen de perken van deze wetgeving stop te zetten.
  De Belgische instellingen ten laste waarvan de prestaties waren toegekend, delen aan de betrokken Griekse instellingen, door toedoen van het Ministerie van Arbeid van Griekenland, de namen en adressen mede van de gerechtigden die de in het eerste lid beoogde verbintenis hebben aangegaan.
  § 2. Indien vastgesteld werd, dat de gerechtigde op een der in deze schikking bedoelde prestaties, tewerkgesteld is of was wanneer hij de prestaties geniet of genoot, of dat hij over bestaansmiddelen beschikt die de voorgeschreven grens overschrijden, wordt een rapport naar de bevoegde instelling gestuurd. Het rapport vermeld de aard van de uitgeoefende betrekking, het bedrag der verdiensten of geldmiddelen, welke de betrokkene in de loop van het laatste afgelopen kwartaal heeft genoten, het normaal loon dat een werknemer van de beroepscategorie, waartoe betrokkene behoorde, in het beroep welk hij uitoefende vóór hij invalide werd, in dezelfde streek verdient alsmede, in voorkomend geval, het advies van de geneeskundige expert over de gezondheidstoestand van de betrokkene.

Artikel 40 De gerechtigden die de in artikel 39, § 1, beoogde verbintenis hebben moeten aangaan, zijn ertoe gehouden de bevoegde Griekse instelling vooraf in kennis te stellen van hun voornemen, een beroepsbedrijvigheid die geen gelegenheidswerk is en met de verbintenis overenigbaar is, te hervatten.
  In dit geval wordt het recht op de Belgische ouderdoms- of overlevingsprestatie voor de duur van de activiteit geschorst.
  De bevoegde Griekse instelling deelt onverwijld, door tussenkomst van het Grieks Ministerie van Arbeid, aan de bevoegde Belgische instelling, de werkhervatting door een gerechtigde op prestaties mede.

Sectie 5. Overlevingspensioenen

Artikel 41 De bepalingen van deze schikking in verband met de ouderdomsverzekering zijn toepasselijk op de verzekering bij overlijden (pensioen).

Hoofdstuk 5. Arbeidsongevallen en beroepsziekten

Artikel 42 1. De Belgische onderdanen en de in België verblijvende Griekse onderdanen, die aanspraak maken op prestaties verschuldigd in geval van arbeidsongeval of van beroepsziekte, op grond van de in artikel 2 van het Verdrag bedoelde Griekse wetgeving, sturen hun aanvraag aan het Ministerie van Sociale Voorzorg te Brussel, dat deze aan het ministerie van Arbeid te Athene laat geworden.
  De beslissing wordt rechtstreeks aan de aanvrager medegedeeld; een dubbel exemplaar hiervan wordt aan het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering) overgemaakt. <V 1965-05-12/30>
  2. De Griekse onderdanen en de in Griekenland verblijven Belgische onderdanen, die aanspraak maken op prestaties op grond van de Belgische wetgeving betreffende de vergoeding der schade voortspruitende uit arbeidsongevallen of beroepsziekten, sturen hun aanvraag aan het Ministerie van Arbeid te Athene, hetwelk deze aan het Ministerie van Sociale Voorzorg te Brussel laat geworden.
  3. De aanvragen met het oog op het genot der aanvullende uitkeringen van de Belgische wetgeving of van de Griekse wetgeving, die aan sommige gerechtigden op renten of invaliditeitsuitkeringen wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten worden uitbetaald worden :
  In België : aan het Ministerie van Sociale Voorzorg, te Brussel.
  In Griekenland : aan het Ministerie van Arbeid te Athene, gestuurd.
  Deze aanvragen worden aan de bevoegde nationale instellingen overgemaakt.

Artikel 43 1. De Belgische onderdanen en de in België verblijvende Griekse onderdanen kunnen hun beroep of hun verhaal in verband met Griekse prestaties inzake arbeidsongevallen en beroepsziekten, bij het Ministerie van Sociale Voorzorg, te Brussel, indienen.
  Indien het verhaal of het beroep door aangetekend schrijven werd ingediend, wordt de omslag die voor de verzending werd gebruikt, eveneens overgemaakt; indien zulks niet het geval is, moet de datum van de ontvangst op de memorie van het verhaal of van het beroep aangegeven worden.
  Het Belgisch Ministerie van Sociale Voorzorg zendt de verhalen en beroepen aan het Ministerie van Arbeid te Athene, hetwelk deze aan de bevoegde rechtscollege laat geworden.
  2. De Griekse onderdanen en de in Griekenland verblijvende Belgische onderdanen kunnen hun beroepen of verhalen in verband met de Belgische prestaties inzake arbeidsongevallen en beroepsziekten, bij het Ministerie van Arbeid te Athene indienen.
  Dit laatste maakt de verhalen of beroepen over aan het Ministerie van Sociale Voorzorg te Brussel, dat ze aan de bevoegde Belgische rechtscolleges zal laten geworden. De datum der ontvangst moet op het document aangegeven worden; indien het verhaal of het beroep door aangetekend schrijven werd ingediend, moet de omslag die voor de verzending werd gebruikt, eveneens overgemaakt worden.
  3. Aangezien de geschillen, welke rijzen op het stuk van vergoeding der schade voortspruitende uit arbeidsongevallen en beroepsziekten, tot de bevoegdheid van de Vredegerechten en de Belgische Scheidsrechterlijke Commissies behoren, en de beroepen tegen deze beslissingen onder de bevoegdheid vallen van de Belgische rechtbanken van eerste aanleg, moet elke rechtsvordering vóór een van genoemde rechtscolleges overeenkomstig het Belgisch Wetboek van burgerlijke rechtsvordering ingediend worden. Elke vraag om inlichtingen in dit verband kan, door bemiddeling van het Ministerie van Arbeid te Athene, aan het Ministerie van Sociale Voorzorg te Brussel geadresseerd worden; dit laatste verstrekt alle inlichtingen wat betreft de te volgen rechtspleging.

Artikel 44 De Minister van Sociale Voorzorg te Brussel laat, op verzoek van het Ministerie van Arbeid te Athene, de enquêtes instellen, welke op het Belgisch grondgebied nodig zijn tot vaststelling van de prestaties ten opzichte van de griekse wetgeving betreffende de vergoeding der schade voortspruitende uit arbeidsongevallen en beroepsziekten.
  2. Het Ministerie van Arbeid te Athene laat, op verzoek van het Ministerie van Sociale Voorzorg te Brussel, de enquêtes instellen, welke op het Grieks grondgebied nodig zijn tot vaststelling van de prestaties ten opzichte van de Belgische wetgeving betreffende de vergoeding der schade voortspruitende uit arbeidsongevallen of beroepsziekten.
  3. De verzekeringsinstelling die om de enquêtes verzoekt, betaalt de kosten terug aan de instelling die hiertoe verzocht werd.

Artikel 45 De bepalingen van artikel 36 en van artikel 37 zijn bij analogie toepasselijk op de betaling der prestaties uitgekeerd op grond van de Belgische en Griekse wetgevingen betreffende de vergoeding der schade voortspruitende uit arbeidsongevallen en beroepsziekten.

Hoofdstuk 6. Steun aan onvrijwillige werklozen

Artikel 46 Om vast te stellen of de werknemers voldoen aan de voorwaarden tot rechtsingang om de in artikel 24 van het Verdrag beoogde prestaties te genieten, verwijst de bevoegde instelling van het land van de tewerkstelling naar de documenten, die tot bewijsstuk dienen om de rechten op de in artikelen 5 en 6 van het Verdrag beoogde prestaties te bepalen.

Hoofdstuk 7. Uitkering voor begrafeniskosten

Artikel 47 Het recht op uitkering bij overlijden of uitkering voor begrafeniskosten, verschuldigd in toepassing van artikel 25 van het Verdrag, aan de in België verblijvende Griekse verzekerden en aan de in Griekenland verblijvende Belgische verzekerden kan vastgesteld worden door toedoen van het (Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering), en van de bevoegde Griekse instelling anderzijds, na overlegging van een dossier waarvan de gegevens, in gemeen overleg, door de bevoegde Griekse en Belgische administraties zijn vastgelegd. <V 1965-05-12/30>
  De datum der ontvangst van het dossier wordt in aanmerking genomen voor de toepassing van artikel 32 van het Verdrag.
  De in het eerste lid van dit artikel genoemde instellingen delen elkander de formulieren mede, welke voor de indiening der aanvragen nodig zijn.

Artikel 48 De betaling der uitkering voor begrafeniskosten, welke in toepassing van artikel 26 van het Verdrag verschuldigd is aan een gepensioneerde verzekerde, die overleden is in één van beide landen, waarin hij het laatst niet aangesloten was, geschiedt aan de rechthebbende van de verzekerde, door tussenkomst van de instelling van de plaats van het overlijden.
  Daartoe legt deze laatste een dossier over, waarin gelijke gegevens als die bedoeld in artikel 46 van deze schikking vervat zijn.

Titel 4. (Allerlei bepalingen)
  Toestand van de in de steenkolenmijnen tewerkgestelde Griekse werknemers.

Artikel 49 <V 1965-05-12/30> De bepalingen van hoofdstuk VI van verordening nr. 4 van de E.E.G. inzake de sociale zekerheid van migrerende werknemers met betrekking tot de kinderbijslag zijn, voor zover nodig, van overeenkomstige toepassing op de gerechtigden op de in artikel 27 van het verdrag beoogde prestaties.

Artikel 49BIS <V 1965-05-12/30> De betekeningen, uitwisselingen van inlichtingen tussen de Belgische en Griekse instellingen of tussen de instellingen en de gerechtigden geschieden door middel van in gemeen overleg door de bevoegde overheden vastgestelde formulieren.

Artikel 49TER <V 1965-05-12/30> § 1.
  (1) Voor de toepassing van artikel 28, derde lid, van het verdrag en van artikel 7 van deze Schikking worden de uitgaven voor verstrekkingen aan de leden van het gezin voor elk kalenderjaar forfaitair geschat.
  (2) Het forfaitair bedrag is het produkt van de vermenigvuldiging van de gemiddelde jaarlijkse kosten per gezin met het aantal in aanmerking komende gezinnen; de berekeningselementen zijn als volgt vastgesteld :
  a) de jaarlijkse gemiddelde kosten per gezin worden vastgesteld door de jaarlijkse uitgaven voor al de verstrekkingen, door de I.K.A. verleend aan de gezamenlijke gezinsleden van de verzekerden die vallen onder de Griekse wetgeving, te delen door het jaarlijks gemiddeld aantal verzekerden op wie deze wetgeving van toepassing is en die gezinsleden hebben;
  b) het aantal gezinnen en maanden waarvoor het forfaitair bedrag verschuldigd is, wordt in een jaarlijks overzicht aangegeven. Beoogd overzicht wordt binnen zes maanden na het dienstjaar waarop het betrekking heeft, aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestuurd, samen met een van beide exemplaren van de verklaringen die overeenkomstig artikel 7 door de Belgische verzekeringsinstellingen werden opgemaakt en een bepaald dienstjaar betreffen.
  Het I.K.A. maakt, ten minste eens per jaar, voor elke arbeider, een document op met de samenstelling van het in Griekenland wonend gezin.
  Het aantal in aanmerking te nemen maanden wordt overeenkomstig volgende regelen berekend :
  1. als datum vanaf welke de forfaitaire bedragen worden berekend geldt de datum waarop de rechten op prestaties ingaan;
  2. het aantal maanden wordt vastgesteld door de kalendermaand in dewelke de aanvangsdatum voor de berekening der forfaitaire bedragen is gelegen als een eenheid aan te rekenen; de kalendermaand in de loop derwelke het recht verviel, wordt niet aangerekend, behoudens indien het een volle maand betreft of indien het recht gedurende deze maand is ingegaan.
  § 2. De bevoegde overheden van beide landen kunnen, in gemeen overleg, in andere modaliteiten voor de schatting van de terug te betalen bedragen voorzien, namelijk forfaitaire bedragen gegrond op de jaarlijkse gemiddelde kostprijs per lid van het gezin of de terugbetaling van de werkelijke uitgaven zoals deze blijken uit de boekhouding van de instellingen. "

Artikel 7 In artikel 6, 8, § 2, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 42, eerste lid, en 47 van de Administratieve Schikking van 27 oktober 1959 dienen de woorden " Rijksfonds voor verzekering tegen ziekte en invaliditeit " te worden vervangen door " Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Titel 5. Slotbepalingen

Artikel 50 Deze schikking treedt in werking dezelfde datum als het Verdrag.