Akkoord tussen de Lidstaten van de Europese Gemeenschappen betreffende de vereenvoudiging en de modernisering van de wijze, van toezending van uitleveringsverzoeken, opgemaakt te San Sebastian op 26 mei 1989.

Date :
26-05-1989
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 1989052650

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Artikel 1 1. Voor de toepassing van de uitleveringsverdragen die tussen de Lid-Staten van kracht zijn, wijst elke Staat die partij is bij de Overeenkomst, de centrale autoriteit of, indien dit constitutioneel voorgeschreven is, de centrale autoriteiten aan die zijn belast met het toezenden en in ontvangst nemen van uitleveringsverzoeken en de documenten ter staving daarvan, alsook van de officiële briefwisseling aangaande een uitleveringsverzoek.
  2. (De in het eerste lid bedoelde aanwijzing geschiedt door elke Lidstaat op het tijdstip van de bekrachtiging, de goedkeuring of de aanvaarding van de Overeenkomst en kan te allen tijde naderhand worden gewijzigd. De depositaris van de Overeenkomst stelt elke Staat die partij is bij de Overeenkomst in kennis van de aanwijzing en van latere wijzigingen) <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35295>

Artikel 2 Het uitleveringsverzoek en (de documenten bedoeld in artikel 1, lid 1), vermelde documenten kunnen via een telekopieerapparaat worden verzonden. Elke bevoegde autoriteit in de zin van artikel 1 beschikt over apparatuur waarmee genoemde documenten op die wijze kunnen worden verzonden en ontvangen en zorgt ervoor dat die apparatuur goed functioneert. <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35295>

Artikel 3 1. Om de (herkomst) en de vertrouwelijkheid van de verzonden documenten te (waarborgen), wordt gebruik gemaakt van (cryptoapparatuur) die afgestemd is op de telekopieerapparatuur van de bevoegde autoriteit in de zin van artikel 1, wanneer die apparatuur voor de toepassing van deze overeenkomst in werking wordt gesteld. <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35295>
  2. De Staten die partij zijn bij de Overeenkomst stellen in onderling overleg de praktische uitvoeringsbepalingen van deze Overeenkomst vast.

Artikel 4 Om de echtheid van de uitleveringsdocumenten te waarborgen, verklaart de bevoegde autoriteit in de zin van artikel 1 van de verzoekende Staat in haar verzoek ervoor in te staan dat de ter staving van het verzoek toegezonden documenten overeenstemmen met de originele documenten, en geeft zij een overzicht van de paginering. Wanneer de aangezochte partij de overeenstemming van de documenten met de originele documenten betwist, is de bevoegde autoriteit in de zin van artikel 1 van de aangezochte Staat gerechtigd van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat te verlangen dat zij via diplomatieke of andere in (onderling) overleg overeengekomen kanalen binnen een redelijke termijn originele documenten of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften overlegt. <Erratum, zie B.St. 27-10-1995, p. 35295>

Artikel 5 (1. Deze Overeenkomst is opengesteld ter ondertekening door de Lidstaten. Zij dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden neergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Spanje.
  2. Deze Overeenkomst treedt in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door alle Staten die op de datum waarop de Overeenkomst ter ondertekening is opengesteld Lidstaten van de Europese Gemeenschappen zijn.) <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35295>
  3. Tot de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan elke Lid-Staat, hetzij bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, hetzij op een later tijdstip verklaren dat de Overeenkomst jegens hem van toepassing is (in) zijn betrekkingen met de Staten die dezelfde verklaring na de datum van nederlegging hebben afgelegd. <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35295>
  4. Een Staat die geen verklaring heeft afgelegd, kan de Overeenkomst samen met andere Staten die partij zijn bij de Overeenkomst, op basis van bilaterale overeenkomsten toepassen.
  5. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Spanje stelt alle Lid-Staten in kennis van elke ondertekening, nederlegging van akten of verklaring.

Artikel 6 Alle Staten die lid worden van de Europese Gemeenschappen, kunnen tot deze Overeenkomst toetreden. De (akten van toetreding) worden neergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Spanje. <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35295>
  (Deze Overeenkomst wordt voor elke Staat die hiertoe toetreedt 90 dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van toetreding tot de Overeenkomst van kracht.) <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35295>
  Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Spanje zal de Regeringen die de Overeenkomst ondertekenen, een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toezenden.

  Bijlage.

Artikel N1 Bijlage 1. Lijst met de gebonden staten.

  Lijst van de       Datum van neerlegging van de  Datum van
   staten             bekrachtigings- of de         inwerkingtreding
                      toetredingsoorkonde (T)
  BELGIE             12 juni 1997
  DUITSLAND           8 juni 1995
  ITALIE              3 juli 1996
  LUXEMBURG          22 april 1994
  NEDERLAND          18 mei 1994
  SPANJE             23 december 1991


  Deze Overeenkomst is nog niet in werking getreden. De datum van inwerkingtreding zal in een later bericht gepubliceerd worden.
  Verklaring die België heeft afgelegd nav de bekrachtiging.
  " Overeenkomstig artikel 1, paragraaf 1 duidt de Belgische Regering het Ministerie van Justitie aan als centrale autoriteit die belast wordt met het toezenden en in ontvangst nemen van uitleveringsverzoeken en de documenten ter staving daarvan, alsook van de officiële briefwisseling aangaande een uitleveringsverzoek. "
  (Gedaan te Donostia - San Sebastian, de zesentwintigste mei negentienhonderd negenentachtig, in alle officiele talen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, in één exemplaar dat zal worden neergelegd in de archieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Spanje.) <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35295>

Artikel N2 Lijst met de verklaringen en voorbehouden : <Erratum, zie B.St. 27-10-1998, p. 35296 - 35297>
  " A. België :
  De Belgische autoriteiten leggen de volgende verklaring af :
  " Overeenkomstig artikel 1, 1e lid, wijst de Belgische regering het Ministerie van Justitie aan als centrale autoriteit, belast met het toezenden en in ontvangst nemen van uitleveringsonderzoeken en de documenten ter staving daarvan, alsook van de officiële briefwisseling aangaande het uitleveringsverzoek. "
  In de op 8 januari ontvangen Nota Verbaal nr. 6 van 31 december 1997 wordt de volgende verklaring afgelegd :
  " Jegens België is de Overeenkomst vóór de inwerkingtreding, als vastgelegd in artikel 5.2 van de Overeenkomst, van toepassing in zijn betrekkingen met de Staten van de Europese Gemeenschappen die dezelfde verklaring hebben afgelegd. "
  B. Denemarken : " behoudt zich het recht voor om bij de bekrachtiging een territoriaal voorbehoud ten aanzien van de Faeröer en Groenland te maken, maar houdt de mogelijkheid open om de Overeenkomst in een later stadium uit te breiden tot de Faeröer en Groenland ".
  C. Duitsland :
  1.- Artikel 1, 2e lid :
  In toepassing van artikel 1, 1e lid van de Overeenkomst, wijst de Duitse regering het Ministerie van Justitie (das Bundesministerium für Justiz) aan als centrale autoriteit.
  2.- Artikel 5, 3e lid :
  Jegens de Bondsrepubliek Duitsland is de Overeenkomst tot de in artikel 5, tweede lid vastgelegde inwerkingtreding van toepassing in haar betrekkingen tot de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen die dezelfde verklaring afleggen.
  D. Groot-Brittannië :
  De regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland bekrachtigt de Overeenkomst ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Kanaaleiland Jersey, het Kanaaleiland Guernsey en het Eiland Man.
  Op het tijdstip van de nederlegging van de akte van bekrachtiging legt de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de volgende verklaring af :
  " Het Verenigd Koninkrijk verklaart dat, na het tijdstip van de nederlegging van de akte van bekrachtiging, deze Overeenkomst van toepassing is in zijn betrekkingen met andere Staten, zijnde Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst die een zelfde verklaring hebben afgelegd. "
  In de Nota Verbaal nr. 220 van 15 juli 1997 deelt de Britse ambassade in Madrid mee dat, overeenkomstig artikel 1 van de Overeenkomst, de Afdeling Juridische samenwerking van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (Judicial Cooperation Unit - Home Office) de centrale autoriteit van het Verenigd Koninkrijk is.
  E. Italië :
  De Italiaanse autoriteiten formuleren de volgende overwegingen :
  " In toepassing van artikel 1, 1e lid, wijst de Italiaanse regering aan als centrale autoriteit het Ministerie van Justitie, directie-generaal Strafzaken (Ministerio di Grazia e Giustizia).
  Overeenkomstig artikel 5, 3e lid, verklaart de Italiaanse regering dat de Overeenkomst jegens haar van toepassing is in haar betrekkingen met de Staten die op het tijdstip van de nederlegging van de akte van bekrachtiging dezelfde verklaring hebben afgelegd. "
  F. Luxemburg :
  Op het tijdstip van de nederlegging van de akte van bekrachtiging legt de Regering van het Groothertogdom Luxemburg volgende verklaringen af :
  " 1.- In het Groothertogdom Luxemburg wordt de taak van centrale autoriteit in de zin van artikel 1 van de Overeenkomst waargenomen door het Ministerie van Justitie (Ministère de la Justice).
  2.- Overeenkomstig artikel 5, 2e lid van de Overeenkomst is deze jegens het Groothertogdom Luxemburg tot de inwerkingtreding van toepassing in zijn betrekkingen met de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen die dezelfde verklaring afleggen. "
  G. Nederland :
  Op het tijdstip van de nederlegging van de akte van bekrachtiging legt de Regering van Nederland volgende verklaringen af :
  " 1.- Overeenkomstig artikel 1, tweede lid, wijst het Koninkrijk der Nederlanden aan als centrale autoriteiten, belast met het toezenden en in ontvangst nemen van uitleveringsverzoeken en de documenten ter staving daarvan, alsook van de officiële briefwisseling aangaande een uitleveringsverzoek :
  voor Nederland : het Ministerie van Justitie te «s-Gravenhage.
  voor de Nederlandse Antillen : het Ministerie van Justitie te Willemstad, Curaçao;
  voor Aruba : het Ministerie van Justitie te Oranjestad, Aruba.
  2.- Overeenkomstig artikel 5, derde lid van de Overeenkomst, verklaart het Koninkrijk der Nederlanden dat de Overeenkomst van toepassing is in de betrekkingen van het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba) met andere Staten die dezelfde verklaring hebben afgelegd. "
  H. Spanje :
  In toepassing van artikel 1 van de Overeenkomst wijst de Spaanse regering de Afdeling Internationale Juridische Samenwerking van het Ministerie van Justitie en Binnenlandse Zaken (Ministerio de Justicia e Interior : Dirección General de Codificiación y Cooperación Juridica Internacional-Subdirección General de Cooperación Juridica Internacional) " aan als centrale autoriteit.
  Op 7 april 1995 legde de Regering van Spanje volgende verklaring af :
  " Overeenkomstig artikel 5, 3e lid verklaart het Koninkrijk Spanje dat de Overeenkomst van toepassing is in zijn betrekkingen met de Staten die dezelfde verklaring hebben afgelegd. "
  I. Zweden :
  1.- Artikel 1 :
  Overeenkomstig artikel 1, 2e lid, wijst Zweden overeenkomstig de Overeenkomst het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Utrikesdepartementet) aan als centrale autoriteit.
  2.- Artikel 5 :
  Overeenkomstig artikel 5, 3e lid, verklaart Zweden dat het voorgaande vanaf heden tot de inwerkingtreding van de Overeenkomst van toepassing is in zijn betrekkingen met de Staten die op de dag volgend op de nederlegging dezelfde verklaring hebben afgelegd.