We zijn erg blij om te zien dat u van ons platform houdt! Op hetzelfde moment, hebt u de limiet van gebruik bereikt... Schrijf u nu in om door te gaan.
We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende stopzetting van de subsidiëring van sociale koopwoningen en sociale kavels en houdende de aanpassing van diverse besluiten met betrekking tot het woonbeleid in Vlaanderen
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 2016035056
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. Wijzigingen van het Financieringsbesluit van 21 december 2012
Artikel 1 In artikel 3 van het Financieringsbesluit van 21 december 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen of sociale kavels" opgeheven;
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen en sociale kavels" opgeheven;
3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen of sociale kavels" opgeheven;
4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen en sociale kavels" opgeheven.
Artikel 2 In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, 2°, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen of sociale kavels" opgeheven;
2° in paragraaf 1, 2°, a), 1), wordt de zinsnede "en, enkel voor verrichtingen voor de realisatie en instandhouding van sociale koopwoningen of sociale kavels, sloop van de aanwezige constructies" opgeheven;
3° in paragraaf 1, 2°, worden punt b) en punt c) opgeheven;
4° in paragraaf 1, 3°, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen of sociale kavels" opgeheven;
5° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede ", voor de realisatie en de instandhouding van sociale huurwoningen of sociale koopwoningen" opgeheven;
6° in paragraaf 2 worden het derde en vierde lid opgeheven;
7° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt de zin "De tussenkomst in de prefinanciering voor de verwerving en voor de realisatie van sociale koopwoningen of sociale kavels, vermeld in paragraaf 1, 3°, wordt verstrekt aan de initiatiefnemers, vermeld in het derde lid." opgeheven.
Artikel 3 In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, 25 oktober 2013, 4 april 2014, 16 mei 2014 en 17 juli 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt :
"HOOFDSTUK 3. - Verrichtingen voor de realisatie en de instandhouding van sociale huurwoningen waarvoor een tenlasteneming of een subsidie wordt verleend".
Artikel 4 In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen";
2° in paragraaf 5 worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen".
Artikel 5 In artikel 14, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 1°, wordt het woord "woningen" vervangen door het woord "huurwoningen";
2° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "woningen" vervangen door het woord "huurwoningen;
3° in het eerste lid, 3°, wordt het woord "woningen" vervangen door het woord "huurwoningen";
4° in het eerste lid wordt punt 4° opgeheven;
5° in het eerste lid, 7°, worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen";
6° in het tweede lid worden de woorden "sociale woning of sociale kavel" vervangen door de woorden "sociale huurwoning".
Artikel 6 In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, derde lid, 2°, worden de woorden "sociale woning of sociale kavel" vervangen door de woorden "sociale huurwoning";
5° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "sociale woning of sociale kavel" vervangen door de woorden "sociale huurwoning";
6° in paragraaf 3 worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen".
Artikel 7 In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de zinsnede ",3)" en het woord "kosteloos" opgeheven;
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De initiatiefnemer kan de gemeenschapsvoorzieningen overeenkomstig artikel 65, tweede lid van de Vlaamse Wooncode, binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, aan de gemeente overdragen om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen.";
3° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt de zinsnede "het eerste lid," vervangen door de zinsnede "het eerste en tweede lid,";
4° het bestaande derde lid wordt opgeheven.
Artikel 8 In artikel 19, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de zinsnede ", " sociale koopwoningen " en " sociale kavels "" en de zinsnede ", koopwoningen en kavels" opgeheven.
Artikel 9 In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013, 4 april 2014 en 17 juli 2015, wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 20 tot en met artikel 22, opgeheven.
Artikel 10 In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013, 4 april 2014 en 17 juli 2015, wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 23 tot en met artikel 25, opgeheven.
Artikel 11 In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, 25 oktober 2013, 4 april 2014, 16 mei 2014 en 17 juli 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 4 vervangen door wat volgt :
"HOOFDSTUK 4. - Verwervingen voor de realisatie van sociale huurwoningen waarvoor een tussenkomst in de prefinanciering wordt verstrekt".
Artikel 12 In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. De tussenkomst in de prefinanciering van verwervingen voor de realisatie van sociale huurwoningen wordt verstrekt zodra de VMSW in haar advies bij het voorontwerp, vermeld in artikel 14, § 2, van het Procedurebesluit Wonen van 25 oktober 2013, vaststelt dat de bouwverrichting in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen, vermeld in het voormelde besluit.
De tussenkomst in de prefinanciering, vermeld in het eerste lid, wordt verleend bij elke betaling op 31 december van de jaarlijkse intresten op de bulletlening, vermeld in artikel 11, § 1, eerste lid, van dit besluit. De tussenkomst is gelijk aan de verschuldigde rente op 40% van het subsidiabele bedrag, vermeld in artikel 5, § 1, van dit besluit, met een rentevoet, vastgesteld volgens de methodiek die wordt bepaald in gezamenlijk overleg tussen de Vlaamse minister bevoegd voor Wonen en de Vlaamse minister bevoegd voor Financiën en Begroting.
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven.
Artikel 13 In artikel 35, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013, wordt het tweede lid opgeheven.
Artikel 14 In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, 25 oktober 2013, 4 april 2014, 16 mei 2014 en 17 juli 2015, wordt een artikel 84/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 84/1. Als vóór 1 januari 2015 een tussenkomst in de prefinanciering van een verwerving is verleend, blijft in afwijking van artikel 26 de regeling die van toepassing was voor de voormelde datum, van toepassing.".
Artikel 15 In artikel 86 van hetzelfde besluit, wordt in het eerste lid het jaartal "2013"" vervangen door "2019".
Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 houdende de erkenning en subsidiëring van huurdersorganisaties
Artikel 16 In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 houdende de erkenning en subsidiëring van huurdersorganisaties wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De basissubsidie-enveloppe voor de huurdersorganisaties van de provincies Limburg en Vlaams-Brabant bedraagt per kalenderjaar 174.690,45 euro en voor de huurdersorganisatie van de provincie West-Vlaanderen 227.675,25 euro per kalenderjaar. Voor de huurdersorganisaties van de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen bedraagt de subsidie 215.536,86 euro per kalenderjaar.".
Artikel 17 In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"Binnen de perken van de daarvoor op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare kredieten kan, met ingang van 1 januari 2010, aan een erkende huurdersorganisatie een aanvullende subsidie-enveloppe ten bedrage van 107.343 euro per kalenderjaar worden toegekend voor de werking van een nieuw regionaal steunpunt als vermeld in artikel 6. Vanaf 1 januari 2015 bedraagt de aanvullende subsidie-enveloppe voor de regionale steunpunten 106.269,57 euro.".
Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 houdende de toekenning van VIAsubsidies aan de gesubsidieerde huurdiensten
Artikel 18 Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 houdende de toekenning van VIA-subsidies aan de gesubsidieerde huurdiensten wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° vanaf 2015 : 38.253,60 euro.".
Artikel 19 Aan artikel 4 van hetzelfde besluit wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° vanaf 2015 : 9.108 euro.".
Artikel 20 Aan artikel 5 van hetzelfde besluit wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° vanaf 2015 : 6.375,60 euro.".
Hoofdstuk 4. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren en de private actoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen
Artikel 21 In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren en de private actoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012, 21 december 2012 en 4 april 2014, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt :
" § 4. In afwijking van paragraaf 2 en 3 bedraagt de vergoeding voor SVK's 49,5 euro per gesubsidieerde woning die op 1 november van het jaar voorafgaand aan het werkingsjaar verhuurd wordt aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden, met een maximum van 12.375 euro. Het SVK stort de vergoeding in het Fonds binnen een maand nadat het SVK haar eerste subsidievoorschot heeft ontvangen.".
Hoofdstuk 5. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2012 houdende de erkenningsen subsidievoorwaarden voor de ondersteuningsstructuur voor de initiatieven ter bevordering van de positie van de kandidaathuurders en huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting
Artikel 22 In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2012 houdende de erkennings- en subsidievoorwaarden voor de ondersteuningsstructuur voor de initiatieven ter bevordering van de positie van de kandidaat-huurders en huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt de subsidie-enveloppe maximaal 317.295 euro per kalenderjaar. De subsidie-enveloppe wordt besteed aan de werkings- en personeelskosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de opdrachten van de ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven.".
Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012 houdende bepaling van de erkenningsen subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren
Artikel 23 In artikel 9, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012 houdende bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
"De opstartsubsidie is een forfaitaire subsidie die kan worden aangewend voor alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de opdrachten van een sociaal verhuurkantoor. Ze bedraagt 14.850 euro per jaar. De opstartsubsidie wordt jaarlijks uitbetaald in het begin van het kalenderjaar. Een sociaal verhuurkantoor kan in aanmerking komen voor een opstartsubsidie gedurende maximaal vier jaar.".
Artikel 24 In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 214, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"De basissubsidie-enveloppe bedraagt maximaal 110.385 euro per kalenderjaar voor een sociaal verhuurkantoor dat minstens 50 woningen en maximaal 99 woningen in huur heeft. De aanvullende subsidie-enveloppe bedraagt per kalenderjaar 1534,50 euro per woning voor de 51ste tot en met de 99ste woning.";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"De basissubsidie-enveloppe bedraagt maximaal 202.950 euro per kalenderjaar voor een sociaal verhuurkantoor dat minstens 100 woningen in huur heeft, en de aanvullende subsidie-enveloppe bedraagt per kalenderjaar 1.534,50 euro per woning vanaf de 101ste woning tot de 250ste woning. Vanaf de 251ste woning bedraagt de aanvullende subsidie per kalenderjaar 1.584 euro.";
3° het tiende lid wordt vervangen door wat volgt :
"Als twee of meer gesubsidieerde sociale verhuurkantoren fuseren, ontvangt het gefuseerde sociaal verhuurkantoor voor een periode van twee kalenderjaren een verhoging van de subsidie-enveloppe, vermeld in het eerste en tweede lid. De verhoging bedraagt 198 euro per woning, vanaf de 51ste woning in huur, en wordt toegepast bij de eerstvolgende subsidietoekenning, na de melding van de uitgevoerde fusie.".
Hoofdstuk 7. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012 tot bepaling van de nadere regeling met betrekking tot het Rollend Grondfonds
Artikel 25 In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012 tot bepaling van de nadere regeling met betrekking tot het Rollend Grondfonds worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"De VMSW heeft als opdracht om grondbeleidsmaatregelen, vermeld in artikel 33, § 1, vierde lid, 6° van de Vlaamse Wooncode, te treffen die noodzakelijk worden geacht om een hoogwaardige woonkwaliteit te behouden of te bevorderen.";
2° aan het tweede lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° het verstrekken van leningen aan sociale huisvestingsmaatschappijen en gemeenten voor de financiering van verwervingen in het kader van artikel 33, § 1, vierde lid, 6°, van de Vlaamse Wooncode.";
3° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :
"Voor de grondbeleidsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 5°, kan de VMSW een beroep doen op het Rollend Grondfonds.
Voor de grondbeleidsmaatregel, vermeld in het tweede lid, 6°, kan de VMSW een beroep doen op de verbintenissenmachtiging die opgenomen is in het begrotingsdecreet van de Vlaamse Gemeenschap om sociale huisvestingsmaatschappijen en gemeenten in staat te stellen om sociale woningen ter beschikking te stellen als vermeld in artikel 3, § 1, en artikel 11, § 1, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012. Jaarlijks kan de minister daarvoor een volume reserveren.".
Artikel 26 In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 5/1. § 1. Een verwerving als vermeld in artikel 3, tweede lid, 6°, moet voldoen aan dezelfde voorwaarden als de voorwaarden, vermeld in artikel 3, 4 en 5, § 1 en § 2.
De sociale huisvestingsmaatschappij of een gemeente die een lening met toepassing van artikel 3, tweede lid, 6°, bij de VMSW wil aangaan, dient daarvoor een gemotiveerde aanvraag in bij de VMSW, voorafgaand aan de verwerving. De VMSW onderzoekt het voorstel van de initiatiefnemer. Binnen twee maanden nadat de VMSW het aanvraagdossier volledig heeft verklaard, maakt de VMSW een advies op, rekening houdend met de criteria, vermeld in dit besluit. De minister neemt op basis van het advies van de VMSW een beslissing over de toekenning.
§ 2. Het gedeelte van de verwerving dat gefinancierd kan worden op basis van dit artikel, blijft beperkt tot het subsidiabele bedrag, vermeld in artikel 5, § 1, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, met betrekking tot gedeelte van de grond waarop sociale huurwoningen en de wooninfrastructuur die daarmee samenhangt, zullen worden gerealiseerd.
In afwijking van artikel 11, § 1, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012 wordt de lening verstrekt binnen een periode van drie maanden na de datum van de beslissing over de toekenning door de minister, vermeld in paragraaf 1, tweede lid. De aflossingsperiode van de lening start op het einde van de tweede maand die volgt op de datum van de vaststelling van de eindafrekening van de werken door de VMSW, van de sociale huurwoningen die op de grond worden gerealiseerd en uiterlijk tien jaar na het verstrekken van de lening.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 kan de VMSW binnen het volume, vermeld in artikel 3, vierde lid, een lening als vermeld in paragraaf 2, tweede lid, verstrekken aan sociale huisvestingsmaatschappijen en gemeenten die gronden van de VMSW willen aankopen die eerder met middelen uit het Rollend Grondfonds zijn aangekocht.".
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 27 Voor de projecten die opgenomen worden in de lijst, vermeld in artikel 91, derde lid, van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, blijft de regeling met betrekking tot de subsidiëring van verrichtingen voor de realisatie en instandhouding van sociale koopwoningen en sociale kavels, die van kracht was vóór 1 januari 2015, van toepassing.
Als aan een initiatiefnemer een tussenkomst in de prefinanciering is verleend voor de verwerving van een grond waarop sociale koopwoningen of sociale kavels worden gerealiseerd, als vermeld in artikel 26 van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, en als dat project niet is opgenomen in de lijst, vermeld in artikel 91, derde lid, van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, is de initiatiefnemer ertoe gehouden de tussenkomst in de prefinanciering terug te betalen, wat het aandeel sociale koopwoningen en sociale kavels betreft.
Artikel 28 Artikel 1 tot en met 6, artikel 7, 2°, 3° en 4°, en artikel 8 tot en met 24 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 29 Artikel 7, 1° heeft uitwerking met ingang van 24 augustus 2015.
Artikel 30 De Vlaamse minister, bevoegd voor Wonen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 1 In artikel 3 van het Financieringsbesluit van 21 december 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen of sociale kavels" opgeheven;
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen en sociale kavels" opgeheven;
3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen of sociale kavels" opgeheven;
4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen en sociale kavels" opgeheven.
Artikel 2 In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, 2°, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen of sociale kavels" opgeheven;
2° in paragraaf 1, 2°, a), 1), wordt de zinsnede "en, enkel voor verrichtingen voor de realisatie en instandhouding van sociale koopwoningen of sociale kavels, sloop van de aanwezige constructies" opgeheven;
3° in paragraaf 1, 2°, worden punt b) en punt c) opgeheven;
4° in paragraaf 1, 3°, wordt de zinsnede ", sociale koopwoningen of sociale kavels" opgeheven;
5° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede ", voor de realisatie en de instandhouding van sociale huurwoningen of sociale koopwoningen" opgeheven;
6° in paragraaf 2 worden het derde en vierde lid opgeheven;
7° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt de zin "De tussenkomst in de prefinanciering voor de verwerving en voor de realisatie van sociale koopwoningen of sociale kavels, vermeld in paragraaf 1, 3°, wordt verstrekt aan de initiatiefnemers, vermeld in het derde lid." opgeheven.
Artikel 3 In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, 25 oktober 2013, 4 april 2014, 16 mei 2014 en 17 juli 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt :
"HOOFDSTUK 3. - Verrichtingen voor de realisatie en de instandhouding van sociale huurwoningen waarvoor een tenlasteneming of een subsidie wordt verleend".
Artikel 4 In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen";
2° in paragraaf 5 worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen".
Artikel 5 In artikel 14, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 1°, wordt het woord "woningen" vervangen door het woord "huurwoningen";
2° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "woningen" vervangen door het woord "huurwoningen;
3° in het eerste lid, 3°, wordt het woord "woningen" vervangen door het woord "huurwoningen";
4° in het eerste lid wordt punt 4° opgeheven;
5° in het eerste lid, 7°, worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen";
6° in het tweede lid worden de woorden "sociale woning of sociale kavel" vervangen door de woorden "sociale huurwoning".
Artikel 6 In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, derde lid, 2°, worden de woorden "sociale woning of sociale kavel" vervangen door de woorden "sociale huurwoning";
5° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "sociale woning of sociale kavel" vervangen door de woorden "sociale huurwoning";
6° in paragraaf 3 worden de woorden "woningen of kavels" vervangen door de woorden "sociale huurwoningen".
Artikel 7 In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de zinsnede ",3)" en het woord "kosteloos" opgeheven;
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De initiatiefnemer kan de gemeenschapsvoorzieningen overeenkomstig artikel 65, tweede lid van de Vlaamse Wooncode, binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, aan de gemeente overdragen om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen.";
3° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt de zinsnede "het eerste lid," vervangen door de zinsnede "het eerste en tweede lid,";
4° het bestaande derde lid wordt opgeheven.
Artikel 8 In artikel 19, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de zinsnede ", " sociale koopwoningen " en " sociale kavels "" en de zinsnede ", koopwoningen en kavels" opgeheven.
Artikel 9 In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013, 4 april 2014 en 17 juli 2015, wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 20 tot en met artikel 22, opgeheven.
Artikel 10 In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013, 4 april 2014 en 17 juli 2015, wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 23 tot en met artikel 25, opgeheven.
Artikel 11 In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, 25 oktober 2013, 4 april 2014, 16 mei 2014 en 17 juli 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 4 vervangen door wat volgt :
"HOOFDSTUK 4. - Verwervingen voor de realisatie van sociale huurwoningen waarvoor een tussenkomst in de prefinanciering wordt verstrekt".
Artikel 12 In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. De tussenkomst in de prefinanciering van verwervingen voor de realisatie van sociale huurwoningen wordt verstrekt zodra de VMSW in haar advies bij het voorontwerp, vermeld in artikel 14, § 2, van het Procedurebesluit Wonen van 25 oktober 2013, vaststelt dat de bouwverrichting in overeenstemming is met de technische normen en de prijsnormen, vermeld in het voormelde besluit.
De tussenkomst in de prefinanciering, vermeld in het eerste lid, wordt verleend bij elke betaling op 31 december van de jaarlijkse intresten op de bulletlening, vermeld in artikel 11, § 1, eerste lid, van dit besluit. De tussenkomst is gelijk aan de verschuldigde rente op 40% van het subsidiabele bedrag, vermeld in artikel 5, § 1, van dit besluit, met een rentevoet, vastgesteld volgens de methodiek die wordt bepaald in gezamenlijk overleg tussen de Vlaamse minister bevoegd voor Wonen en de Vlaamse minister bevoegd voor Financiën en Begroting.
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven.
Artikel 13 In artikel 35, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013, wordt het tweede lid opgeheven.
Artikel 14 In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, 25 oktober 2013, 4 april 2014, 16 mei 2014 en 17 juli 2015, wordt een artikel 84/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 84/1. Als vóór 1 januari 2015 een tussenkomst in de prefinanciering van een verwerving is verleend, blijft in afwijking van artikel 26 de regeling die van toepassing was voor de voormelde datum, van toepassing.".
Artikel 15 In artikel 86 van hetzelfde besluit, wordt in het eerste lid het jaartal "2013"" vervangen door "2019".
Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 houdende de erkenning en subsidiëring van huurdersorganisaties
Artikel 16 In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 houdende de erkenning en subsidiëring van huurdersorganisaties wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De basissubsidie-enveloppe voor de huurdersorganisaties van de provincies Limburg en Vlaams-Brabant bedraagt per kalenderjaar 174.690,45 euro en voor de huurdersorganisatie van de provincie West-Vlaanderen 227.675,25 euro per kalenderjaar. Voor de huurdersorganisaties van de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen bedraagt de subsidie 215.536,86 euro per kalenderjaar.".
Artikel 17 In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"Binnen de perken van de daarvoor op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare kredieten kan, met ingang van 1 januari 2010, aan een erkende huurdersorganisatie een aanvullende subsidie-enveloppe ten bedrage van 107.343 euro per kalenderjaar worden toegekend voor de werking van een nieuw regionaal steunpunt als vermeld in artikel 6. Vanaf 1 januari 2015 bedraagt de aanvullende subsidie-enveloppe voor de regionale steunpunten 106.269,57 euro.".
Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 houdende de toekenning van VIAsubsidies aan de gesubsidieerde huurdiensten
Artikel 18 Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 houdende de toekenning van VIA-subsidies aan de gesubsidieerde huurdiensten wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° vanaf 2015 : 38.253,60 euro.".
Artikel 19 Aan artikel 4 van hetzelfde besluit wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° vanaf 2015 : 9.108 euro.".
Artikel 20 Aan artikel 5 van hetzelfde besluit wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° vanaf 2015 : 6.375,60 euro.".
Hoofdstuk 4. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren en de private actoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen
Artikel 21 In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren en de private actoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012, 21 december 2012 en 4 april 2014, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt :
" § 4. In afwijking van paragraaf 2 en 3 bedraagt de vergoeding voor SVK's 49,5 euro per gesubsidieerde woning die op 1 november van het jaar voorafgaand aan het werkingsjaar verhuurd wordt aan woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden, met een maximum van 12.375 euro. Het SVK stort de vergoeding in het Fonds binnen een maand nadat het SVK haar eerste subsidievoorschot heeft ontvangen.".
Hoofdstuk 5. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2012 houdende de erkenningsen subsidievoorwaarden voor de ondersteuningsstructuur voor de initiatieven ter bevordering van de positie van de kandidaathuurders en huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting
Artikel 22 In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2012 houdende de erkennings- en subsidievoorwaarden voor de ondersteuningsstructuur voor de initiatieven ter bevordering van de positie van de kandidaat-huurders en huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt de subsidie-enveloppe maximaal 317.295 euro per kalenderjaar. De subsidie-enveloppe wordt besteed aan de werkings- en personeelskosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de opdrachten van de ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven.".
Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012 houdende bepaling van de erkenningsen subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren
Artikel 23 In artikel 9, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012 houdende bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
"De opstartsubsidie is een forfaitaire subsidie die kan worden aangewend voor alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de opdrachten van een sociaal verhuurkantoor. Ze bedraagt 14.850 euro per jaar. De opstartsubsidie wordt jaarlijks uitbetaald in het begin van het kalenderjaar. Een sociaal verhuurkantoor kan in aanmerking komen voor een opstartsubsidie gedurende maximaal vier jaar.".
Artikel 24 In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 214, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"De basissubsidie-enveloppe bedraagt maximaal 110.385 euro per kalenderjaar voor een sociaal verhuurkantoor dat minstens 50 woningen en maximaal 99 woningen in huur heeft. De aanvullende subsidie-enveloppe bedraagt per kalenderjaar 1534,50 euro per woning voor de 51ste tot en met de 99ste woning.";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"De basissubsidie-enveloppe bedraagt maximaal 202.950 euro per kalenderjaar voor een sociaal verhuurkantoor dat minstens 100 woningen in huur heeft, en de aanvullende subsidie-enveloppe bedraagt per kalenderjaar 1.534,50 euro per woning vanaf de 101ste woning tot de 250ste woning. Vanaf de 251ste woning bedraagt de aanvullende subsidie per kalenderjaar 1.584 euro.";
3° het tiende lid wordt vervangen door wat volgt :
"Als twee of meer gesubsidieerde sociale verhuurkantoren fuseren, ontvangt het gefuseerde sociaal verhuurkantoor voor een periode van twee kalenderjaren een verhoging van de subsidie-enveloppe, vermeld in het eerste en tweede lid. De verhoging bedraagt 198 euro per woning, vanaf de 51ste woning in huur, en wordt toegepast bij de eerstvolgende subsidietoekenning, na de melding van de uitgevoerde fusie.".
Hoofdstuk 7. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012 tot bepaling van de nadere regeling met betrekking tot het Rollend Grondfonds
Artikel 25 In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012 tot bepaling van de nadere regeling met betrekking tot het Rollend Grondfonds worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"De VMSW heeft als opdracht om grondbeleidsmaatregelen, vermeld in artikel 33, § 1, vierde lid, 6° van de Vlaamse Wooncode, te treffen die noodzakelijk worden geacht om een hoogwaardige woonkwaliteit te behouden of te bevorderen.";
2° aan het tweede lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° het verstrekken van leningen aan sociale huisvestingsmaatschappijen en gemeenten voor de financiering van verwervingen in het kader van artikel 33, § 1, vierde lid, 6°, van de Vlaamse Wooncode.";
3° tussen het tweede en het derde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :
"Voor de grondbeleidsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 5°, kan de VMSW een beroep doen op het Rollend Grondfonds.
Voor de grondbeleidsmaatregel, vermeld in het tweede lid, 6°, kan de VMSW een beroep doen op de verbintenissenmachtiging die opgenomen is in het begrotingsdecreet van de Vlaamse Gemeenschap om sociale huisvestingsmaatschappijen en gemeenten in staat te stellen om sociale woningen ter beschikking te stellen als vermeld in artikel 3, § 1, en artikel 11, § 1, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012. Jaarlijks kan de minister daarvoor een volume reserveren.".
Artikel 26 In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 5/1. § 1. Een verwerving als vermeld in artikel 3, tweede lid, 6°, moet voldoen aan dezelfde voorwaarden als de voorwaarden, vermeld in artikel 3, 4 en 5, § 1 en § 2.
De sociale huisvestingsmaatschappij of een gemeente die een lening met toepassing van artikel 3, tweede lid, 6°, bij de VMSW wil aangaan, dient daarvoor een gemotiveerde aanvraag in bij de VMSW, voorafgaand aan de verwerving. De VMSW onderzoekt het voorstel van de initiatiefnemer. Binnen twee maanden nadat de VMSW het aanvraagdossier volledig heeft verklaard, maakt de VMSW een advies op, rekening houdend met de criteria, vermeld in dit besluit. De minister neemt op basis van het advies van de VMSW een beslissing over de toekenning.
§ 2. Het gedeelte van de verwerving dat gefinancierd kan worden op basis van dit artikel, blijft beperkt tot het subsidiabele bedrag, vermeld in artikel 5, § 1, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, met betrekking tot gedeelte van de grond waarop sociale huurwoningen en de wooninfrastructuur die daarmee samenhangt, zullen worden gerealiseerd.
In afwijking van artikel 11, § 1, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012 wordt de lening verstrekt binnen een periode van drie maanden na de datum van de beslissing over de toekenning door de minister, vermeld in paragraaf 1, tweede lid. De aflossingsperiode van de lening start op het einde van de tweede maand die volgt op de datum van de vaststelling van de eindafrekening van de werken door de VMSW, van de sociale huurwoningen die op de grond worden gerealiseerd en uiterlijk tien jaar na het verstrekken van de lening.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 kan de VMSW binnen het volume, vermeld in artikel 3, vierde lid, een lening als vermeld in paragraaf 2, tweede lid, verstrekken aan sociale huisvestingsmaatschappijen en gemeenten die gronden van de VMSW willen aankopen die eerder met middelen uit het Rollend Grondfonds zijn aangekocht.".
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 27 Voor de projecten die opgenomen worden in de lijst, vermeld in artikel 91, derde lid, van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, blijft de regeling met betrekking tot de subsidiëring van verrichtingen voor de realisatie en instandhouding van sociale koopwoningen en sociale kavels, die van kracht was vóór 1 januari 2015, van toepassing.
Als aan een initiatiefnemer een tussenkomst in de prefinanciering is verleend voor de verwerving van een grond waarop sociale koopwoningen of sociale kavels worden gerealiseerd, als vermeld in artikel 26 van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, en als dat project niet is opgenomen in de lijst, vermeld in artikel 91, derde lid, van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, is de initiatiefnemer ertoe gehouden de tussenkomst in de prefinanciering terug te betalen, wat het aandeel sociale koopwoningen en sociale kavels betreft.
Artikel 28 Artikel 1 tot en met 6, artikel 7, 2°, 3° en 4°, en artikel 8 tot en met 24 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 29 Artikel 7, 1° heeft uitwerking met ingang van 24 augustus 2015.
Artikel 30 De Vlaamse minister, bevoegd voor Wonen, is belast met de uitvoering van dit besluit.