Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de uurlonen .
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 2001A13055
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het koetswerk.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden en de werksters.
Hoofdstuk 2. Lonen
Meerderjarige werklieden.
Minimumuurlonen.
Artikel 2 Het minimumuurloon van de hulpwerkman (spanning 100) wordt verhoogd met (regime 39 uur/week) :
- 4 BEF op 1 juli 1999;
- 5 BEF op 1 juli 2000.
Deze verhogingen schommelen voor de andere categorieën volgens de loonspanningen voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999.
Artikel 3 Bijgevolg worden de minimumuurlonen als volgt vastgesteld :
CATEGORIEEN spanning 39 u/week 40 u/week
Werkelijk betaalde lonen.
Artikel 4 De aan de meerderjarige werklieden werkelijk betaalde uurlonen worden als volgt verhoogd (regime 39 uur/week) :
- 4 BEF op 1 juli 1999;
- 5 BEF op 1 juli 2000.
Minderjarige werklieden.
Artikel 5 Op de bedragen vermeld in de artikelen 2, 3 en 4 is het voor de minderjarige werklieden bepaald stelsel van degressiviteit van toepassing, overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999.
Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
Artikel 6 De minimumuurlonen en de werkelijk betaalde lonen van toepassing op 1 april 1999 stemmen overeen met het referte-indexcijfer 102,98; zij schommelen overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999, en de van kracht zijnde wettelijke bepalingen.
Hoofdstuk 3. Geldigheid
Artikel 7 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999 en is gesloten voor een onbepaalde duur.
Zij vervangt deze van 12 juni 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, tot vaststelling van de uurlonen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 oktober 1999.
Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden wordt betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor het koetswerk.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-11-10/56%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het koetswerk.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden en de werksters.
Hoofdstuk 2. Lonen
Meerderjarige werklieden.
Minimumuurlonen.
Artikel 2 Het minimumuurloon van de hulpwerkman (spanning 100) wordt verhoogd met (regime 39 uur/week) :
- 4 BEF op 1 juli 1999;
- 5 BEF op 1 juli 2000.
Deze verhogingen schommelen voor de andere categorieën volgens de loonspanningen voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999.
Artikel 3 Bijgevolg worden de minimumuurlonen als volgt vastgesteld :
CATEGORIEEN spanning 39 u/week 40 u/week
Werkelijk betaalde lonen.
Artikel 4 De aan de meerderjarige werklieden werkelijk betaalde uurlonen worden als volgt verhoogd (regime 39 uur/week) :
- 4 BEF op 1 juli 1999;
- 5 BEF op 1 juli 2000.
Minderjarige werklieden.
Artikel 5 Op de bedragen vermeld in de artikelen 2, 3 en 4 is het voor de minderjarige werklieden bepaald stelsel van degressiviteit van toepassing, overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999.
Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
Artikel 6 De minimumuurlonen en de werkelijk betaalde lonen van toepassing op 1 april 1999 stemmen overeen met het referte-indexcijfer 102,98; zij schommelen overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999, en de van kracht zijnde wettelijke bepalingen.
Hoofdstuk 3. Geldigheid
Artikel 7 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999 en is gesloten voor een onbepaalde duur.
Zij vervangt deze van 12 juni 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, tot vaststelling van de uurlonen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 oktober 1999.
Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden wordt betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor het koetswerk.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-11-10/56%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.