Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1984. .

Date :
07-12-1998
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2006029070

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. Vastleggingen verricht ter uitvoering van de begroting

Artikel 1 Oorspronkelijke vastleggingskredieten toegekend per begrotingsdecreet voor het begrotingsjaar 1984, bedragen 1 950 400 000 frank (Tabel bijlage I, kolom 3).
  Dat bedrag bestaat uit :

                                                             (in frank)
  - gewone verrichtingen :                                       20 000 000
  - vermogensverrichtingen :                                  1 930 400 000



Artikel 2 De oorspronkelijke vastleggingskredieten werden :
  - gewijzigd door de aanpassing, overeenkomstig de aanpassingsdecreten, die een verhoging veroorzaakt van 212 200 000 frank en een vermindering van - 193 400 000 frank (Tabel bijlage I, kolom 3);
  - aangevuld door de kredietoverdracht verricht krachtens de artikelen 17 en 18 van de wet van 28 juni 1963 tot wijziging en aanvulling van de wetten op de Rijkscomptabiliteit (Tabel bijlage I, kolom 3), ten bedrage van 1 139 083 904 frank.

Artikel 3 Het totaal van de vastleggingskredieten die beschikbaar zijn voor de vastleggingen van het begrotingsjaar 1984 bedraagt 3 108 283 904 frank (Tabel bijlage I, kolom 3), onderverdeeld als volgt :

                                                             (in frank)
  - gewone verrichtingen :                                       30 736 500
  - vermogensverrichtingen :                                  3 077 547 404



Artikel 4 De uitgavenvastleggingen die op die kredieten worden aangerekend, bedragen (Tabel bijlage I, kolom 3) 1 360 213 704 frank.
  Dit bedrag bestaat uit :

                                                             (in frank)
  - gewone verrichtingen :                                       18 719 022
  - vermogensverrichtingen :                                  1 341 494 682



Artikel 5 De vastleggingskredieten die op het einde van het begrotingsjaar beschikbaar zijn, bedragen 1 748 070 200 frank (Tabel bijlage I, kolom 3).
  Dit bedrag bestaat uit :

                           naar het jaar 1985        te annuleren kredieten
                            over te dragen
                            kredieten
  gewone verrichtingen            12 017 478                      0
  vermogensverrichtingen       1 736 052 722                      0


  (Tabel bijlage I, kolommen 1, 2).

Hoofdstuk 2. Ontvangsten en uitgaven verricht ter uitvoering van de begroting
  § 1. Vaststelling van de ontvangsten.

Artikel 6 De begrotingsontvangsten van het jaar 1984 bedragen 31 251 148 694 frank (Tabel bijlage II, kolom 1).
  Dit bedrag bestaat uit :

                                                             (in frank)
  - gewone ontvangsten :                                     27 092 458 164
  - kapitaalontvangsten :                                     4 158 690 530


  § 2. Vaststelling van de uitgavenkredieten.

Artikel 7 De begrotingsdecreten betreffende het begrotingsjaar 1984 hebben de oorspronkelijke kredieten voor de ordonnancering van de uitgaven verdeeld op de volgende wijze :

                          Niet            Ordonnancerings-   TOTAAL
                           gesplitste      kredieten
                           kredieten
  Gewone uitgaven         26 676 900 000      20 000 000     26 696 900 000
  Kapitaaluitgaven         2 576 500 000   1 771 400 000      4 347 900 000
  TOTAAL                  29 253 400 000   1 791 400 000     31 044 800 000


  (Tabel bijlage III, kolommen 1 tot 7).

Artikel 8 Die uitgavenmachtigingen werden :
  - gewijzigd bij de aanpassing verricht krachtens de aanpassingsdecreten (Tabel bijlage III).

                          Niet            Ordonnancerings-   TOTAAL
                           gesplitste      kredieten
                           kredieten
  Gewone uitgaven            466 400 000     - 1 100 000        465 300 000
  Kapitaaluitgaven          - 38 100 000      16 300 000       - 21 800 000
  TOTAAL                     428 300 000      15 200 000        443 500 000



Artikel 9 Het totaal van de toegekende uitgavenmachtigingen beschikbaar voor het begrotingsjaar 1984 bedraagt 38 902 390 870 frank (Tabel bijlage III, kolommen 1 tot 7). Die uitgavenmachtigingen worden verdeeld als volgt :

                          Niet            Ordonnancerings-   TOTAAL
                           gesplitste      kredieten
                           kredieten
  Gewone uitgaven         32 742 100 156      49 868 118     32 791 968 274
  Kapitaaluitgaven         3 156 820 911   2 953 601 685      6 110 422 596
  TOTAAL                  35 898 921 067   3 003 469 803     38 902 390 870


  § 3. Vaststelling van de uitgaventoestand.

Artikel 10 De uitgaven ten laste van het begrotingsjaar 1984 bedragen 31 179 568 037 frank (Tabel bijlage III, kolom 7), onderverdeeld onder :

                          Niet            Ordonnancerings-   TOTAAL
                           gesplitste      kredieten
                           kredieten
  Gewone uitgaven
  - betreffende de         2 139 855 447       3 782 584      2 143 638 031
     prestaties van het
     vorige jaar
     (kolommen 1,2,5)
  - betreffende de        25 180 964 221      14 234 146     25 195 198 367
     prestaties van het
     lopende jaar
     (kolommen 1,2,5)
  TOTAAL (1)              27 320 819 668      18 016 730     27 338 836 398
                          Niet            Ordonnancerings-   TOTAAL
                           gesplitste      kredieten
                           kredieten
  Kapitaaluitgaven
  - betreffende de           115 656 246     448 121 691        563 777 937
     prestaties van het
     vorige jaar
     (kolommen 3,4,6)
  - betreffende de         2 210 935 188   1 066 018 514      3 276 953 702
     prestaties van het
     lopende jaar
     (kolommen 3,4,6)
  TOTAAL (2)               2 326 591 434   1 514 140 205      3 840 731 639
  TOTAAL (1) + (2)        29 647 411 102   1 532 156 935     31 179 568 037



Artikel 11 Van dit bedrag werd aan het Rekenhof verantwoording afgelegd voor een bedrag van 31 001 403 094 frank, onderverdeeld in :
  - 29 619 315 449 frank voor de niet gesplitste kredieten (Tabel bijlage III, kolommen 1,3).
  - 1 382 087 645 frank voor de ordonnanceringskredieten (Tabel bijlage III, kolommen 2,4).

Artikel 12 Voor de uitgaven die nog moeten worden geregulariseerd, ten bedrage van 178 164 943 frank, onderverdeeld in :
  - 28 095 653 frank niet gesplitste kredieten;
  - 150 069 290 frank ordonnanceringskredieten;
  wordt artikel 32 van de wet van 28 juni 1963 (Tabel bijlage III, kolommen 1, 2, 3, 4) toegepast.
  § 4. Regeling van de kredieten.

Artikel 13 De vergelijking tussen de per decreet verdeelde kredieten (artikel 9) en de aangerekende verrichtingen (artikel 10) doet een verschil uitkomen voor het begrotingsjaar 1984 van 7 722 822 833 frank.

                          Niet            Ordonnancerings-   TOTAAL
                           gesplitste      kredieten
                           kredieten
  Verdeelde kredieten     35 898 921 067   3 003 469 803     38 902 390 870
  Aangerekende            29 647 411 102   1 532 156 935     31 179 568 037
   verrichtingen
  Kredietoverschot         6 251 509 965   1 471 312 868      7 722 822 833



Artikel 14 Het bedrag van de kredieten die beschikbaar zijn op 31 december 1984 omvat :

                          Niet            Ordonnancerings-   TOTAAL
                           gesplitste      kredieten
                           kredieten
  te annuleren kredieten   1 654 063 527               0      1 654 063 527
  Naar het                 4 617 259 128   1 471 312 868      6 088 571 996
   begrotingsjaar 1985
   over te dragen
   kredieten
  Kredietoverschot         6 271 322 655   1 471 312 868      7 742 635 523


  (Tabel bijlage III, kolom 7).
  Het deel dat met de kredieten van het jaar samen te voegen is 1985 bedraagt :

                          Niet            Ordonnancerings-   TOTAAL
                           gesplitste      kredieten
                           kredieten
  Gewone uitgaven          1 920 262 730      31 851 388      1 952 114 118
  Kapitaaluitgaven           434 162 160   1 439 461 480      1 873 623 640
  TOTAAL                   2 354 424 890   1 471 312 868      3 825 737 758



Artikel 15 Rekening houdend met het verschil tussen de beschikbare kredieten zoals die in artikel 14 nader bepaald zijn en het verschil bepaald in artikel 13, worden aanvullende kredieten toegekend ten bedrage van 19 812 690 frank, waarvan :
  - voor de niet gesplitste kredieten : 19 812 690 frank;
  - voor de ordonnanceringskredieten : 0 frank.
  Die kredieten worden verdeeld zoals vermeld in Tabel bijlage IV.
  § 5. Algemeen ontvangsten- en uitgavenresultaat van de begroting 1984.

Artikel 16 Het algemeen resultaat van de begroting van het begrotingsjaar 1984 wordt voorgesteld als volgt :

                                                             (in frank)
  Gewone verrichtingen :
  Ontvangsten                                                27 092 458 164
  Uitgaven                                                   27 338 836 398
  Uitgavenoverschot                                           - 246 378 234
  Vermogensverrichtingen :
  Ontvangsten                                                 4 158 690 530
  Uitgaven                                                    3 840 731 639
  Ontvangstenoverschot                                          317 958 891
  Verbonden verrichtingen :
  Ontvangsten                                                31 251 148 694
  Uitgaven                                                   31 179 568 037
  Als conclusie, indien geen rekening wordt gehouden
   met het resultaat van de afzonderlijke sectie,
   overtreffen de ontvangsten de uitgaven met                    71 580 657
  En daar het saldo van het begrotingsjaar 1983 bedroeg     - 1 349 186 125
  Saldo van het begrotingsjaar 1984                         - 1 277 605 468



Hoofdstuk 3. Ontvangsten en uitgaven verricht ter uitvoering van de afzonderlijke sectie van de begroting

Artikel 17 De begrotingsdecreten van het jaar 1984 hebben de ontvangsten en uitgaven voor de afzonderlijke sectie van de begroting van de Franse Gemeenschap geraamd als volgt :

                                                             (in frank)
  - Ontvangsten :                                             7 682 100 000
  - Uitgaven :                                                7 991 000 000


  (Tabel bijlage V, kolommen 1,2).

Artikel 18 Het saldo dat beschikbaar is op 1 januari 1984 bedroeg - 420 992 553 frank.
  Het totaal van de ontvangsten van het begrotingsjaar bedraagt 8 872 456 832 frank.
  Beschikbaar totaal van het jaar 1984 voor de ontvangsten : 8 451 464 279 frank.
  (Tabel bijlage V, kolommen 3,7).

Artikel 19 De aangerekende uitgaven bedragen 8 681 317 151 frank (Tabel bijlage V, kolom 4).
  Dit bedrag omvat 696 778 529 frank uitgaven die nog te regulariseren zijn waarvoor artikel 32 van de wet van 28 juni 1963 (Tabel bijlage V, kolom 5) wordt toegepast.

Artikel 20 Het verschil tussen de gekregen ontvangsten en de in het begrotingsjaar aangerekende uitgaven, bedraagt 191 139 681 frank (Tabel bijlage V, kolom 6).
  Rekening houdend met het totaal dat beschikbaar is voor de uitgaven van het begrotingsjaar 1984, zoals bepaald in artikel 18, en met de uitgaven vermeld in artikel 19, bedraagt het saldo dat beschikbaar is op 31 december 1984 in de afzonderlijke sectie van de begroting van de Franse Gemeenschap - 229 852 872 frank.
  Het wordt naar het begrotingsjaar 1985 overgedragen.
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 7 december 1998.
  De Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap, belast met het Onderwijs, de Audiovisuele Sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen,
  W. ANCION
  De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding,
  Ch. PICQUE
  De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken,
  J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE

  BIJLAGEN.

Artikel N0 TABELLEN. Tabel Bijlage I. - Vastleggingen ten laste van de vastleggingskredieten.
  Tabel Bijlage II. - Ontvangsten.
  Tabel Bijlage III. - Uitgaven.
  Tabel Bijlage IV. - Kredietoverschrijdingen.
  Tabel Bijlage V. - Afzonderlijke sectie.

Artikel N1 Tabel Bijlage I. - Vastleggingen ten laste van de vastleggingskredieten.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 19-05-2006, p. 25735).

Artikel N2 Tabel Bijlage II. - Ontvangsten.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 19-05-2006, p. 25735).

Artikel N3 Tabel Bijlage III. - Uitgaven.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 19-05-2006, p. 25736).

Artikel N4 Tabel Bijlage IV. - Kredietoverschrijdingen.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 19-05-2006, p. 25737).

Artikel N5 Tabel Bijlage V. - Afzonderlijke sectie.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 19-05-2006, p. 25738).