Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Zwitserse Confederatie inzake de betrekkingen op het gebied van de film .

Date :
09-01-1989
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2005200607

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
I. - COPRODUCTIES.

Artikel 1 Binnen de perken van hun respectieve wetgevingen passen de Overeenkomstsluitende Partijen op films die door de coproducenten van beide landen in coproductie worden vervaardigd, de bepalingen van deze Overeenkomst toe.

Artikel 2 1. Films die in het kader van deze Overeenkomst in coproductie zijn vervaardigd, worden door de autoriteiten van beide landen beschouwd als nationale films.
  2. Zij genieten rechtens de voordelen die worden toegekend op grond van de bepalingen die elk van beide landen van kracht zijn of aldaar mochten worden uitgevaardigd.
  3. Voor de aanvang van de opnamen dient bij de bevoegde autoriteiten een intentieverklaring te worden neergelegd. Voor het einde van de opnamen dienen coproductiefilms waarop de onderhavige bepalingen van toepassing zijn, als zodanig door de bedoelde autoriteiten te worden aangemerkt.
  De bevoegde autoriteiten zijn :
  Voor Zwitserland :Département Fédéral de l'Intérieur
  Office Fédéral de la Culture
  Section Cinéma
  Voor België : Ministerie van Economische Zaken
  Dienst Film.
  4. De erkenning geschiedt onder voorbehoud dat het coproductieplan wordt uitgevoerd.

Artikel 3 Om aangemerkt te worden als coproductiefilm moeten de films worden vervaardigd door producenten die beschikken over een goede technische en financiële organisatie en over de vereiste vakkennis.

Artikel 4 De producenten en regisseurs van de coproductiefilms, alsmede de technici, acteurs en ander productiepersoneel, die aan de vervaardiging van de coproductiefilms meewerken, moeten de Belgische of Zwitserse nationaliteit bezitten, dan wel de status van ingezetene in België of de status van vreemdeling met een vestigingsvergunning in Zwitserland.
  Medewerking van andere technici of acteurs dan degenen bedoeld in de eerste paragraaf kan, wanneer dit voor de coproductie vereist is, worden toegestaan na overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van beide landen.

Artikel 5 De omvang van de respectieve inbreng van de coproducenten van beide landen kan variëren van twintig (20) tot tachtig (80) procent per coproductiefilm.
  De eigenlijke opnamen alsmede de vervaardiging van de tekenfilmfragmenten en de registratie van de stemmen dienen in België en Zwitserland te gebeuren, waarbij naar een algemeen evenwicht in de verdeling van de werkzaamheden dient te worden gestreefd. Wanneer het scenario of de handeling dat vereist en wanneer Belgische en Zwitserse technici aan de opnamen meewerken, mogen binnen- of buitenopnamen worden gemaakt in natuurlijke decors in een land dat niet aan de coproductiefilm deelneemt.
  Het aandeel van de coproducent met de kleinste inbreng dient in principe een tastbare technische en artistieke deelname te omvatten. Het aandeel van de coproducent met de kleinste inbreng inzake technici en acteurs dient in principe in verhouding te zijn tot zijn investering.
  De autoriteiten van beide landen moedigen de uitwisseling van stagiairs aan.

Artikel 6 De bevoegde autoriteiten van beide landen overwegen welwillend de verwezenlijking van coproductiefilms door Belgische en Zwitserse producenten en producenten uit landen die met België en Zwitserland een coproductieovereenkomst hebben gesloten.
  Het aandeel van de coproducent met de kleinste inbreng in zodanige coproductiefilms mag niet lager zijn dan 15 % per coproductiefilm, wanneer de totale gezamenlijke inbreng van België en Zwitserland 30 % bedraagt.
  Het aandeel van de coproducenten met de kleinste inbreng dient noodzakelijkerwijze een tastbare technische en artistieke deelname te omvatten.

Artikel 7 Elke coproducent is, in ieder geval, mede-eigenaar van het originele beeld- en geluidsnegatief, waar dit negatief ook is gedeponeerd. Elke coproducent heeft, in ieder geval, het recht te beschikken over een tussennegatief in zijn eigen versie. Indien een van de coproducenten van dit recht afziet, zal het negatief op een door beide coproducenten overeengekomen plaats worden gedeponeerd.

Artikel 8 De originele geluidsband van elke coproductiefilm is in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Italiaans of uitzonderlijk in nog een andere taal. Er mag gelijktijdig in diverse van deze talen worden gedraaid. In de coproductiefilm mogen dialogen in andere talen worden gevoerd, wanneer het scenario dit vereist.
  Voor de nasynchronisatie en de ondertiteling kan in België of Zwitserland worden gezorgd, indien technisch mogelijk.

Artikel 9 Binnen de perken van hun wetten en voorschriften vergemakkelijken België en Zwitserland de binnenkomst van en het verblijf op hun grondgebied van het technische en artistieke personeel van de producenten van het andere land. Zij staan ook de tijdelijke invoer en de wederuitvoer toe van het materiaal dat nodig is voor in het kader van de Overeenkomst gemaakte coproductiefilms.

Artikel 10 De verdeling van de opbrengsten geschiedt naar rato van de totale inbreng van elk der coproducenten.
  Deze verdeling kan worden opgesplitst of geografisch geschieden dan wel via een combinatie van beide verdeelsleutels, waarbij rekening wordt gehouden met de kwantitatieve verschillen tussen de afzetmarkten van de ondertekenende landen.

Artikel 11 De goedkeuring van een coproductieproject door de bevoegde autoriteiten van beide landen houdt voor geen van hen de verplichting in tot het verlenen van het exploitatievisum voor de aldus gerealiseerde coproductiefilm.

Artikel 12 Wanneer een coproductiefilm wordt uitgevoerd naar een land waar de invoer van films en beeldbanden aan invoerbeperkingen is onderworpen :
  a) wordt deze coproductiefilm in principe in mindering gebracht van het contingent van het land met de meerderheidsparticipatie;
  b) wordt, bij gelijke inbreng van de coproducenten, deze coproductiefilm in mindering gebracht van het contingent van het land dat de beste exportmogelijkheden heeft;
  c) wordt, desnoods, deze coproductiefilm in mindering gebracht van het contingent van het land waarvan de regisseur een onderdaan is.

Artikel 13 Een coproductiefilm moet worden voorgesteld met de vermelding "Belgisch-Zwitserse coproductie" of "Zwitsers-Belgische coproductie".
  Deze vermelding dient voor te komen in de titelrol, de reclame en het promotiemateriaal en bij de voorstelling van de coproductiefilm.

Artikel 14 Tenzij de coproducenten een andere beslissing nemen, wordt een coproductiefilm op internationale festivals voorgesteld door het land van de coproducent met de grootste inbreng of, in geval van gelijke inbreng van de coproducenten, door het land waarvan de regisseur een onderdaan is.

Artikel 15 De bevoegde autoriteiten van beide landen bepalen samen de regels voor de coproductie, rekening houdend met de in België en Zwitserland geldende wetten en voorschriften. Deze regels worden aan de onderhavige Overeenkomst gehecht en maken er een integrerend deel van uit.

  II.- UITWISSELING VAN FILMS.

Artikel 16 De invoer, de distributie en de exploitatie in België van Zwitserse films en audiovisuele producties, en van Belgische films en audiovisuele producties in Zwitserland, zijn aan geen enkele beperking onderworpen, onder voorbehoud van de in beide landen van kracht zijnde wetten en voorschriften.
  De bevoegde autoriteiten kunnen maatregelen in verband met de verspreiding alsmede bijzondere maatregelen ter bevordering van de productie overwegen.

  III. ALGEMENE BEPALINGEN.

Artikel 17 Zolang deze Overeenkomst loopt, dient een algemeen evenwicht nagestreefd te worden op het gebied van de financiële inbreng van elk land alsmede met betrekking tot het artistiek en technisch personeel, de acteurs en de technische middelen (studio en laboratoria).
  De bevoegde autoriteiten van beide landen onderzoeken de toepassingsvoorwaarden van deze Overeenkomst ten einde eventuele moeilijkheden bij de tenuitvoerlegging ervan op te lossen. Zo nodig doen zij aanbevelingen voor wijzigingen die wenselijk zijn ten einde de samenwerking bij het vervaardigen van films en beeldbanden in het wederzijds belang van beide landen te ontwikkelen.
  Er wordt een gemengde Commissie opgericht, belast met het toezicht op de toepassing van deze Overeenkomst. Zij komt in principe om de twee jaar beurtelings in elk land bijeen.
  Zij kan echter ook worden bijeengeroepen op verzoek van een der bevoegde autoriteiten, onder meer wanneer de wetten of voorschriften betreffende de filmproductie in een van beide landen belangrijke wijzigingen ondergaan of wanneer de Overeenkomstsluitende Partijen bij de toepassing van deze Overeenkomst op ernstige moeilijkheden stuiten.

Artikel 18 1) Deze Overeenkomst is voorlopig van toepassing vanaf de dag van de ondertekening;
  2) De Regering van de ene Overeenkomstsluitende Staat stelt de Regering van de andere Overeenkomstsluitende Staat ervan in kennis wanneer is voldaan aan de constitutionele procedures die, wat haar betreft, vereist zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Deze treedt in werking dertig (30) dagen na de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving;
  3) Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkintreding, en wordt telkens voor eenzelfde periode stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging door één van de Overeenkomstsluitende Partijen drie maanden voor de datum waarop zij afloopt.
  Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gevolmachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
  Gedaan te Bern, op 9 januari 1989, in tweevoud, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk rechtsgeldig.
  Voor de Regering van het Koninkrijk België,
  M. C. LEMMENS
  Voor de Bondsraad van de Zwitserse Confederatie,
  A. DEFAGO.